donderdag 9 februari 2012

Washington: the National Archives Experience

(English summary below)

Voor mijn laatste dag in Washington stonden The National Archives op het programma.Eerst ging ik onderweg boekhandel Barnes & Noble in 12th Street binnen, om het nieuwe boek van Megan Smolenyak te kopen. Zij is in Amerika een soort familiegeschiedenis celebrity geworden, schrijft populaire boeken over genealogie, deed onderzoek voor het Amerikaanse Who Do You Think You Are Who en treedt regelmatig in de media op. Bij de infobalie van de boekhandel kon men de titel die ik opgaf niet vinden: Hey, America, Your Roots are Calling.Op de auteur vonden ze het boek wel. Het laatste woord moest 'Showing' zijn. Met 'Calling' levert het overigens ook een mooie titel op. De medewerkster zocht het boek op tussen de aanvulling op de voorraad die net binnen was gekomen.
De educatieve boeken over familiegeschiedenis namen samen maar een halve meter plank in beslag. Een klein deel van wat er op de Amerikaanse markt voorhanden is. Uit die voorraad nam ik nog twee andere boeken mee. Genoeg leesvoer voor terug in het vliegtuig.

National Archives, voorzijde


National Archives
The National Archives zijn vlak bij de National Mall gevestigd.De beveiliging is ook hier streng, inclusief röntgenapparaat en scanpoort. Zes bewakers bij de ingang. Je moet je als bezoeker op papier inschrijven en als je weggaat weer uitschrijven, met tijd van aankomst en vertrek. Ik prik de bezoekerspas op mijn jasje en ga naar de volgende horde. Om de studiezalen te kunnen bezoeken moet ik een Research Card hebben. Een medewerkster vraagt me plaats te nemen achter een computer om daar eerst een Powerpoint presentatie te bekijken van zo'n vijftig dia's. Ze vertellen me wat wel en niet mag, mijn rechten en plichten. Op beschadiging van staatseigendom, het vernielen van archiefstukken, staat een gevangenisstraf van ten hoogste tien jaar. Dat je het maar weet. De lezerspas geeft toegang tot de studiezalen. Voordat je daar binnen gaat moet je de pas bij een bewaker door een lezer halen. Gaat een groen lampje branden, dan mag je doorlopen.

Onderzoek naar door overheid uitgegeven land
Mijn onderzoeksdoel voor die dag is meer te weten komen over een aankoop van een stukje grond in Illinois. DAR-archivaris Jane Douma wees me een paar dagen eerder op de de mogelijkheid van onderzoek naar de uitgifte en verkoop van overheidsland. Het meeste land in de Verenigde Staten begon als overheidsland en werd aan burgers gegeven of verkocht.Soldaten werden bijvoorbeeld verleid dienst te nemen met de belofte dat ze aan het eind van hun termijn een stuk `bountyland` zouden krijgen. En bij het opschuiven van de kolonisatiegrens naar het westen konden kolonisten land claimen als ze zich daar gevestigd hadden en een bepaalde periode gewerkt hadden aan de verbetering ervan. Dit is allemaal geregistreerd en de archieven zijn bewaard. De beelden uit Western films vinden hierin hun papieren werkelijkheid.
Op de website van het Bureau of Land Management (BLM) kan je op naam zoeken of iemand een landpatent kreeg. In de National Archives liggen de bijbehorende dossiers, de ´Land Entry Files´. Vooral in de dossiers over land dat militairen als beloning kregen of over land dat na 1850 onder de wetten als de Homestead act (1862) werd uitgegeven, kan veel informatie over personen en families zitten.De website van de National Archives bevat veel educatief materiaal en ook over onderzoek in de Land Entry Case Files van de General Land Office staat een brochure online.
Om op de BLM website te kunnen onderzoeken of iemand een land patent kreeg moet je wel de staat en county weten. Ik weet dat naamgenoten in de negentiende eeuw in Illinois verbleven in de county St.Clair, vlakbij St. Louis aan de Mississippi.De website levert het land patent van ene Pierre Vandrie op. De scan ervan staat online.

Land patent voor Pierre Vandrie
Onderzoek land Entry Case file in de National Archives
De Finding Aids Room is mijn volgende halte bij de National Archives. In de kamer staan wat bureau´s en tegen de wand drie cabine´s met opschriften van de specialismen: Navy Maritime Records, Civilian Agency Records en Old Army Records. Bij een van de medewerkers leg ik mijn vraag neer. Hij roept een collega: ´Hey George, can you help this gentleman´. George komt uit de cabine Civilian Agency Records en helpt me met het invullen van het aanvraagformulier: Hij neemt de nodige informatie over uit de screenshot die ik van mijn vondst maakte: RG 49 - IL - Edwardsville - Cash 442. Om half twee wordt de volgend ronde gelopen, om twee uur ligt het dossier in de studiezaal op de tweede verdieping voor me klaar.
De twee uur tot die tijd overbrug ik in de genealogische studiezaal, en zoek naar naamgenoten in de databases van Ancestry, Heritage Quest en Footnote. Het levert wat census-inschrijvingen van Van Drie´s en Vandrie´s op. De meeste naamgenoten, afkomstig van de Veluwe of uit Amersfoort, emigreerden na 1880 naar de Verenigde Staten en vestigden zich in Michigan of Iowa, tussen andere Nederlandse emigranten.

Hoek in de studiezaal van de National Archives

Dossier IL - Edwardsville - Cash 442
Om even over twee bied ik mijn Reader Card aan bij de bewaking van de algemene studiezaal, en open op verzoek mijn iPad om te laten zien dat er niets verborgen zit onder het deksel.Bij de uitgiftebalie staat een doos voor me klaar met de `cash entries´ van Edwardsville, nummers 101-454. Voor cash entries werd direct afgerekend door de nieuwe eigenaar van het land. Het was ook mogelijk land tegen afbetaling te krijgen, of als gift van de overheid.Voor ik de archiefdoos meekrijg teken ik het formulier voor ontvangst, met datum, tijd en paraaf. Daarna zoek ik een plekje op in de studiezaal. De sfeer en klassieke inrichting doen en beetje denken aan het Nationaal Archief, toen het nog Algemeen Rijksarchief heette en aan het Bleyenburg gevestigd was.

Archiefdoos met Cash Entries, Edwardsville, Illinois

Kwitantie in Cash Entry 442


Als ik de doos open komt een studiezaalmedewerker naar me toe met een signaalstrook, die moet ik plaatsen waar ik een dossier uit de doos haal. Cash entry 442 valt wat tegen. Het nummer klopt, maar de ligging van het land, de grootte, de koper en de prijs en de datum van aankoop komen niet overeen. Dit dossier gaat over land dat John Evens Senior kocht: 160 acres voor 200 dollar. Ik moet een andere doos hebben. Dat gaat me wat teveel tijd kosten. Deze exercitie was op zichzelf al leuk om kennis te maken met onderzoek bij de National Archives. Ik lever mijn doos in bij de balie. De baliemedewerker zet een stempel op mijn aanvraagbriefje en ik vul de inlevertijd in en zet mijn paraaf.

National Archives Experience
De rest van de middag gebruik ik voor een bezoek aan de National Archives Experience. Dat is de museale presentatie van de National Archives, met theater, winkel, en tentoonstellingen. In het theater bekijk ik een korte documnetaire over de restauratie en bewaring van de Three Charters of Freedom (Declaration of Independence, Constitution en Bill of Rights) in speciale metalen kasten met glazen deksel. Dit project werd een jaar of tien geleden afgerond en kostte 5 miljoen dollar. De drie documenten worden beschouwd als het papieren fundament van de Verenigde Staten.

Becoming an American, een van de thema´s in de Public Vaults


Daarna bezocht ik de Public Vaults, een interactieve tentoonstelling, met als doel je een beeld te geven van wat een archief doet, wat het bewaart en waarom dat zinvol is. Ik dwaal rond in een groot aantal thema´s, interactief vormgegeven. Een Hollywood film toont een fragment van de Amerikaanse burgeroorlog, als je laden opentrekt zie je de bijbehorende documenten en zie je het verschil tussen waarheid en verdichting. Op een replica van het bureau uit de Oval Office van het Witte Huis staat een telefoon waarmee je een aantal geheime telefoongesprekken van Amerikaanse presidenten kunt beluisteren, belangrijke momenten uit de Amerikaanse en wereldgeschiedenis. Een ander thema gaat over patenten. Je krijgt tekeningen te zien en moet raden om wat voor objecten het over gaat. En ook familiegeschiedenis is een thema dat aan de orde komt. Aan de hand van voorbeeldvragen zie je wat er in de National Archives te vinden is: ´my grandmother was a teacher´, ´my uncle was a US-marine´, etc. Voor ik het wist was ik als enige nog in de Public Vaults en kwam een bewaker me vertellen dat ze gingen sluiten.

Rotunda, met de drie Charters of Freedom

Ik liep nog snel even naar de Rotunda, naast de Public Vaults, de plaats waar onder gedempt licht de drie Charters of Freedom tentoon gesteld worden.Een waardige afsluiting van mijn bezoek aan de Verenigde Staten.

(English summary)
On the last day of my visit to Washington I went to the National Archives, to experience doing research there and to go to the permanent exhibition called ´The National Archives Experience´. I did some research in the Land Entry case files of the General Land Office (after finding a land patent of a Pierre Vandrie on the website of the Bureau of Land Management). The Vandrie patent was used to get an idea of research at the National Archives. Next stop was the National Archives Experience, the permanent exhibition called Public Vaults, with a lot of themes and possibilities for the visitor to interact and get an idea of what an archive does and the importance of preserving this heritage. Before leaving the National Archives building I visited the Rotunda, the half round room where the Three Charters of Freedom are on display, the paper (or parchment) foundation of the United States. A worthy ending of my visit to the United States.

woensdag 8 februari 2012

Washington: Library of Congress

(English summary below)

De eigenlijke aanleiding, of beter gezegd het excuus, om op de terugweg van Salt Lake City een paar dagen verlof in Washington door te brengen is een onderzoekje naar de familie Van Wyck. De belangstelling voor die familie werd gewekt, toen ik met het koor waar ik lid van ben een concert gaf in de Grote Kerk van Wijk bij Duurstede.Voorafgaand aan het concert keek ik wat rond in de kerk, op zoek naar "genealogische en heraldische gedenkwaardigheden". Mijn oog viel op twee metalen gedenkplaten, een voor Oloff Steffense van Cortlandt en een voor Cornelis Barentse van Wijk, die beiden in de zeventiende eeuw naar Nieuw Nederland emigreerden. Deze moderne variant van het memoriebord was in 1960 op verzoek van hun afstammeling Philip van Wyck op een opvallende plaats in de kerk aangebracht.

Gedenkplaat Van Wyck in de Grote kerk van Wijk bij Duurstede

Philip van Wyck
De achtergrond hiervan intrigeerde me en ik probeerde wat meer te weten te komen over deze familie Van Wyck en in het bijzonder hun afstammeling Philip.Er bleek in de periode dat Philip van Wijk Nederland bezocht onderzoek te zijn gedaan door het Centraal Bureau voor Genealogie naar de herkomst van emigrant Cornelis Barentse. De correspondentie hierover is grotendeels bewaard gebleven. Een website over deze Amerikaanse familie meldde dat Philip in 1979 een boek publiceerde over zijn familiegeschiedenis: "The Story of a Dutch Colonial Family". De eigenaar van de website had het nog niet in handen gehad. In Nederland was het boek niet te vinden, wel in de Library of Congress in Washington. Toen het niet lukte het boek naar Nederland te krijgen via het internationale interbibliothecair leenverkeer, besloot ik tot de tussenlanding in Washington.
Die reden viel weg toen de Koninklijke Bibliotheek twee weken voor mijn vertrek meldde dat het boek tot hun verrassing toch aangekomen was.Op mijn bureau ligt inmiddels een fotokopie van het boek.Het vliegtuig was al geboekt dus ik ging gewoon naar Washington. Ik heb er geen spijt van. Washington is één grote nationale herinneringsplek. In het het centrum laten de Verenigde Staten door architectuur, inrichting van de ruimte en de vele nationale herinneringsplekken zien hoe ze zichzelf zien, hoe ze hun geschiedenis zien, hoe ze gezien willen worden. Een bijzondere ervaring.

Jefferson Building met rechts daarnaast Maddison Building


Library of Congress
Maar ik vond een ander excuus om een bezoek te brengen aan de Library of Congress (LOC). Over de familie verscheen in 1912 een boek, geschreven door Anne van Wyck: "Descendants of Cornelius Barentse van Wyck and Anna Polhemus." De LOC heeft het op microfilm, zo blijkt uit hun online catalogus. Het CBG heeft de eerste pagina's in fotokopie in een van zijn familiedossiers zitten. Ik was nieuwsgierig naar de rest van het boek.In de periode dat Anne het boek schreef veronderstelde men nog een verwantschap met de Nederlandse adellijke familie Van Asch van Wijk. De Nederlandse veronderstelde neven spraken dit blijkbaar niet tegen. Ze correspondeerden onderling hartelijk en zochten elkaar op wanneer ze de tocht overzee maakten.
Met een onderzoeksdoel kan je de bibliotheek van binnenuit ervaren. En dat gebeurde ook letterlijk. Als toerist mag je van de LOC maar een klein gedeelte zien, alleen de hal en de bibliotheekwinkel.Via de trappen aan de voorzijde van Jefferson building ging ik de LOC binnen. De Library of Congress bestaat uit drie afzonderlijke gebouwen, Jefferson Building, Madison Building en Adams Building. Volgens de bibliotheekcatalogus was de microfilm van het Van Wyck boek in Jefferson Building in te zien, dar gfing ik dus naar binnen. Ik gaf mijn jas en tas bij de garderobe af en hoorde van de medewerkster daar dat ik voor onderzoek wel een officiële bibliotheekpas nodig had. Stom, had ik online vast kunnen voorbereiden.
Nu moest ik naar de Madison Building. Ze gaf me de route aan, via een lift, door gangen, links af, rechts af, vervolgens de ondergrondse gang naar het andere gebouw, lift omhoog en me daar melden in kamer 104.De drie gebouwen zijn via ondergrondse tunnels met elkaar verbonden en via Jefferson Building is er ook zo´n verbinding met het Capitool.
De ondergrondse gang heeft veel van een kleine metrotunnel, zonder metro, maar met heen en weer rijdende karren met bibliotheekmateriaal. Je kunt je als je eenmaal door de bewaking (met scanner) van het complex bent in feite vrij bewegen. Ik ben een paar keer verkeerd gelopen, maar niemand die me iets vroeg.

Verbindingstunnel tussen Jefferson en Madison Building
Het is alsof je bij de Koninklijke Bibliotheek of het Nationaal Archief na het passeren van de bewaking overal vrij rond zou kunnen lopen.Ik kwam langs de facilitaire dienst, personeelskantines, allerlei interne afdelingen en leeszalen voor verschillende onderzoeksgebieden en specialismen.Er is overigens ook als je het gebouw verlaat een strenge controle, waarbij de inhoud van je tas bekeken wordt. Je loopt dus niet zomaar met bibliotheekboeken naar buiten.

Microfilmkamer en genealogische studiezaal
Een half uur later legde ik de route terug af, met een plastic LOC pas met foto in de portemonnee.De film met het Van Wyck boek bestelde ik in de Microform Reading Room 139B, en in de half uur wachttijd bezocht ik de Local History & Genealogy Reading Room. De LOC is het depot van de publicaties die in de Verenigde Staten verschijnen, maar verzamelt ook veel van wat buiten de VS verschijnt. Op het gebied van familiegeschiedenis hebben ze na de Family History Library in Salt Lake City de grootste collectie. In de genealogische leeszaal, met ongeveer het aantal vierkante meters van de studiezaal van het Centraal Bureau voor Genealogie, staat een omvangrijke handbibliotheek en zijn op de computer de interne databases van de LOC en externe genealogische databases te raadplegen. In de handbibliotheek ook een van de CBG-producten: een serie rode en blauwe boekjes (Nederland's Adelsboek en Nederland's Patriciaat), onder de plank met Belgische adelsboeken. Er zat in het half uurtje dat ik er was in de studiezaal maar één andere bezoeker, een ouder dame die iets uit een boek aan het overschrijven was. De twee leeszaalambtenaren hadden dus niet veel om toezicht op te houden.
In de microfilmkamer waren volop print en scanfaciliteiten aanwezig. De filmopnamen van het Van Wyck boek van 500 pagina´s had ik in een uurtje gescand en op een USB-stick geplaatst.Klaar voor verdere bestudering van de geschiedenis van het genealogisch onderzoek naar de familie Van Wyck

De rest van de middag bracht ik door in het National Museum of the American Indian, een van de Smithsonian musea, geopend in 2004. Het is niet het laatste Smithsonian museum. Dit jaar begint vlakbij het Washington Monument de bouw van het National Museum of African American History and Culture. Zo krijgt iedereen zijn plek op de National Mall.

(English summary)
The motivation, or rather the excuse I found to stay a couple of days in Washington was my interest in the American Van Wyck family, that descends from a Cornelis Barentse who emigrated to the New Netherlands (now New York) in the seventeenth century. I´m interested in the way members of this family express their interest in their family history. One of the descendants, American Philip van Wyck, presented in 1960 a two plates to the church of Wijk bij Duurstede, commemorating his emigrant ancestors. The plates are attached to one of the church walls, inside the church. Philip van Wyck published a book on his family history in 1979. Ther is a copy of the book in de Library of Congress (and not in the Netherlands). By chance I managed to get a photocopy of the book. An older version of the family history is published in 1912 by Anne van Wyck.The LOC has a microfilmcopy of it. I visited the LOC with the microfilm of as a means to experience the way the LOC works. During the time I had to wait foor the microfilm I visited the Local History & Genealogy Reading Room. After that I could scan the images of the microfilm and within an hour I could leave the LOC with the 500 page book on my USB-stick.

dinsdag 7 februari 2012

Washington: Daughters of the American Revolution

(English summary below)

Op de terugweg naar Nederland na de RootsTech Conferentie in Salt Lake City doe ik een paar dagen Washington. Aanleiding voor dit uitstapje was een boek dat ik in de Library of Congress wilde inzien in verband met een onderzoekje naar de familie Van Wyck, waarover later misschien meer. Ik had me voorgenomen om vandaag vooral buiten te zijn, na een week binnen zitten, en de National Mall te bezoeken. Dat is dé nationale herinneringsplek van de Verenigde Staten, tussen de Lincoln Memorial en het Capitool, met het Washington Monument (de obelisk), het Witte Huis, musea en monumenten voor alle oorlogen waarin de Amerikanen in de twintigste eeuw gevochten hebben.


DAR headquarters, Washington

Daughters of the American Revolution
Vanaf de 16th Street, waar mijn hotel ligt, liep ik rechts om het Witte Huis heen, de 17th Street in. Al snel werd mijn aandacht getrokken door een neo-classicistisch gebouw met tussen een zuilenrij drie grote spandoeken met de letters D A R en daaronder de woorden "Preservation", "Patriotism" en "Education". Dat is wat de vrouwen-vrijwilligersorganisatie Daughters of the American Revolution wil bevorderen. De organisatie heeft op dit moment 170.000 leden. Sinds de oprichting van de eerste afdeling in 1890 zijn 900.000 vrouwen lid geworden. De eerste Afro-Amerikaanse werd in 1977 toegelaten.De mannelijke tegenhanger, Sons of the American Revolution, is met 28.000 leden een stuk kleiner (hoofdkwartier in Louisville, Kentucky). Voor jongeren is er Children of the American Revolution.

 Van de DAR kan je lid worden als je kunt aantonen dat je afstamt van iemand die zich tijdens de Amerikaanse Revolutie heeft ingezet voor de onafhankelijkheid, als burger of als militair. Hij hoeft niet echt gevochten te hebben, het kan bij wijze van spreken ook een leverancier aan de troepen van de revolutionairen geweest zijn. Daar is genealogisch onderzoek voor nodig! Vijf minuten later stond ik binnen. Ik maakte eerste een rondje door het museum, kreeg door een DAR Daughter een rondleiding langs de stijlkamers van het gebouw en kocht in de gift shop als herinnering een pin met het woord "Patriot".
Daarna was de bibliotheek aan de beurt. DAR claimt de op twee na grootste genealogische collectie te hebben, na de Family History Library in Salt Lake City en de Library of Congress in Washington.Ik vroeg me af in hoeverre er afstammelingen van Nieuw-Nederlanders onder de revolutionairen waren. Of stonden zij meer aan de kant van de loyalisten? De dienstdoende bibliothecaresse verwees me voor een antwoord naar Jane, een collega met Nederlandse roots.

Jane Douma

Jane Douma
Als ik Jane in haar kantoor ontmoet is ze al door haar collega geïnformeerd over mijn komst. Ze begroet me met een "goedemiddag" en stelt zich voor als Jane Douma. "Doema" zegt men hier. Ze is archivaris bij de DAR en heeft inderdaad iets met haar Nederlandse wortels. Haar voorouders emigreerden naar Ottawa County in Michigan.Ze heeft voorouders in Zeeland, Zuid-Holland, Gelderland, Overijssel en natuurlijk Friesland. Met haar dochter bezocht ze Nederland en deed daar niet alleen de bekende trekpleisters voor toeristen als de Keukenhof en het Openluchtmuseum, maar ook allerlei plaatsen waar haar voorouders woonden. Over haar Nederlandse onderzoek heeft ze een blog My Dutch Ancestors


DAR Genealogical Research Systeem
Jane maakte me wegwijs in het DAR Genealogical Research System, dat online te raadplegen is. Je kunt zoeken in een database met 7,1 miljoen afstammelingen van ´patriots´. Zoeken op ´Van-namen´ levert al snel resultaat op, zoals Van Dyne (Van Duyne, Van Dine), Van Emmon, Van Fleet (Van Vleet, Van Vleit), Van Gilder (Van Gelder), Van Hook, Van Kirk, Van Leer, Van Liew (Van Lew, Van Lieuw) enz. Je kunt zoeken op patriot, of afstammeling. Bij een afstammeling wordt de afstammingsreeks naar de patriot gegeven, bij de patriot alle personen die lid geworden zijn van de DAR, nadat hun afstammingsreeks met bewijsstukken goedgekeurd was.
Een voorbeeld: patriot Abraham van Fleet (1760-1834), was korporaal en diende in New York en New Jersey. De database meldt de vindplaats van de stamboeken waar dit op gebaseerd is. Hij was getrouwd met Sarah Brown. Vijftien vrouwen zijn DAR-daughter geworden op basis van afstamming van hem. De afstammingsreeksen staan online, op de jongste generaties na. Die zijn vanwege de privacy afgeschermd.Een leuke database om eens verder mee te spelen.

Lincoln Memorial

National Mall
De rest van de middag bracht ik op het gebied tussen het Washington Monument en de Lincoln Memorial door, vooral het monument voor de gesneuvelden in de Vietnam Oorlog is indrukwekkend. De namen van 58.195 gesneuvelden zijn, in chronologische volgorde van het moment waarop ze tussen 1959 en 1975 gesneuveld zijn, in spiegelend marmer uitgehakt. Bij dit het monument ligt een vuistdik boek met van elke gesneuvelde de naam, geboortedatum, legeronderdeel, datum waarop gesneuveld en de vindplaats van zijn naam op het monument.
Het Lincoln Memorial is een indrukwekkend bouwwerk in neo-classicistisch stijl. Het gebouw is omgeven door 31 zuilen die de 31 Verenigde Staten uit de tijd van president Lincoln voorstellen. Binnen zetelt een gigantische Abraham Lincoln op een troon.  

Toen ik tussen de zuilen door naar buiten wandelde viel mijn oog op de woorden "I have" uitgebeiteld in het marmer. De rest vulde ik in gedachten aan: "a dream". De eerste woorden van de beroemde rede die Martin Luther King op 28 augustus 1963 op de trappen van het Lincoln Memorial hield, voor een menigte van een kwart miljoen mensen. Had iemand de eerste twee woorden niet nat gemaakt, dan was ik er zo voorbij gelopen.

`I have a dream ....`


(English summary)
On the first day of my visit to Washington I wanted to stay outside as much as possible, after a Salt Lak City conference week inside. On my way to the National Mall I accidently passed by the headquarters of the Daughters of the American Revolution. Genealogy! Five minutes later I found myself inside the building, visiting the museum and doing a tour in the building, guided by a DAR-daughter. In the library I asked if the librarian knew whether there are descendants of New-Netherlands immigrants that are recognized as ´patriots´ and who were used by applicants for DAR membership.The librarian suggested me to alk to her colleague, archivst Jane Douma, who has Dutch ancestry. Jane told me how to use the online DAR Genealogical Research System, with information on applicants, patriots and the ancestral lines between them.
After my visit to the DAR headquarters I continued my walk to the National Mall, where I visited the different war monuments and the Lincoln Memorial. Leaving the Memorial I accidently stepped on the stone with the engraved words "I had ... a dream", commemorating the speech Martin Luther King jr. held there August 28. 1963.

maandag 6 februari 2012

RootsTech 2012: terugblik



De vlucht van Salt Lake City via Denver naar Washington was een mooie gelegenheid om terug te kijken op RootsTech 2012 en hiervan verslag te doen.  Gezien de opkomst, tussen de 4.200 en 4.500 deelnemers, en de enthousiaste reacties die ik om me heen hoorde, was het congres een groot succes.  En perfect georganiseerd. Het zou me niet verbazen als er volgend jaar (21-23 maart 2013) nog meer mensen op af komen, en het congres qua vorm en inhoud verder evolueert.



Transitie Familysearch
Aan de basis van het succes ligt de transitie die Familysearch doormaakt, en de enorme drive waarmee dit gebeurt. Familysearch gaat in hoog tempo van fysiek naar digitaal. Het bestaande materiaal, 4,2 miljoen films, zal over een jaar of zes allemaal online staan. Daarnaast heeft men op dit moment wereldwijd allerlei scanprojecten lopen, ook in ons land.
In Europa is Italië op dit moment een speerpunt. Ook in Zuid-Amerika is Familysearch erg actief. In Venezuela bijvoorbeeld werkt men samen met de rooms-katholieke kerk. Alle DTB-registers worden gescand en geïndexeerd. De Venezolaanse katholieke kerk bouwt op basis hiervan zijn ledenadministratie op. De oudere registers komen online beschikbaar voor genealogisch onderzoek.
Die verschuiving naar digitaal is er niet alleen wat  betreft de bronnen. De inhoudelijke ondersteuning vindt ook steeds meer via de website van Familysearch plaats, bijvoorbeeld via het Wiki gedeelte. Vrijwilligers van Familysearch staan de gebruiker bij via de telefoon, zoveel mogelijk in zijn eigen taal. 

In deze transitie past ook het online stamboombouwprogramma Familysearch Family Tree, dat volgens planning eind dit jaar beschikbaar gaat komen. Het is gericht op samenwerking tussen genealogen en zal gebruik maken van onderzoeksstandaarden die de afgelopen decennia in de VS ontwikkeld zijn, bijvoorbeeld over bronverantwoording. Ben benieuwd of genealogen bereid zijn op grote schaal van hun het-is-mijn-stamboom af te stappen. Een van de voordelen is dat verveelvoudiging  van informatie, het steeds weer invoeren van dezelfde personen door verschillende mensen, zal verminderen. En doordat wijzigingen worden bijgehouden en gemeld, bronverantwoording en discussie zichtbaar zijn bij elk feit, kan de kwaliteit van de informatie groeien. Het werkt op die manier als Wiki.
Via een API kunnen gebruikers de informatie uit een computerprogramma synchroniseren met Familysearch, als dit programma deze API ondersteunt. Gebruikers kunnen ook een Gedcom bestand uploaden.  In dit verband is de ontwikkeling van Gedcomx van belang. Na verschillende eerdere pogingen uit het veld om een nieuwe standaard neer te zetten, die voldoet aan tegenwoordige eisen , heeft Familysearch nu zelf de leiding genomen bij de ontwikkeling ervan.Hier zullen nog wel wat hobbels te nemen zijn. 
Hoe serieus Familysearch de toekomst neemt blijkt ook uit het feit dat het twee datacenters bouwt, die onderling constant synchroniseren. Nu hebben ze bij Amazon dataruimte ingehuurd.

Eeuwige band familie
Een belangrijke drijfveer voor deze transitie is dat op deze manier het  genealogisch onderzoek voor de leden van de Mormoonse kerk gemakkelijk onder handbereik  komt. Ze hoeven er niet meer voor naar de familyhistory centra. Tijdens RootsTech waren er bijeenkomsten om onder de leden van de kerk consultants te werven die plaatselijk leden gaan stimuleren met hun stamboom aan de slag te gaan. 
Familysearch wordt financieel ondersteund door de Mormoonse kerk en drijft daarbij op een groot leger aan vrijwilligers. De eeuwige band tussen familie, in heden en verleden, is een van de kernwaarden van hun geloof, en onderzoek naar de familiegeschiedenis wordt gestimuleerd om de band met de voorouders te bevestigen. En digitale beschikbaarheid van bronnen gecombineerd met een online stamboomprogramma bevordert dit werken aan de familiegeschiedenis. De rol van de 4.500 familyhistory centra van Familysearch zal hierdoor ook veranderen. Geen transport van microfilms meer.


Aan de vooravond verdere popularisering?
De verwachting van zowel Familysearch als de commerciële partners is dat de Census 1940 die dit jaar beschikbaar komt de belangstelling van een breed publiek verder aan zal wakkeren (bovenstaand filmpje is om vrijwilligers te werven voor het indiceren). Men vertelde mij dat 4 van de 5 Amerikanen belangstelling voor de geschiedenis van hun familie hebben. Lijkt me erg veel en belangstelling betekent nog niet dat je er voor uit je stoel komt. Het is voor de bedrijven de kunst om zoveel mogelijk geïnteresseerden over de streep te trekken. Er is dus nog een enorm reservoir aan potentiële klanten. Die hebben door televisieseries als Who Do You Think You  Are het beeld dat het onderzoeken van je familie gemakkelijk is. Ze haken nu snel af als ze merken dat het toch wat minder vlot en gemakkelijk gaat. De commerciëlen willen proberen deze klanten binnen te halen door de informatie uit bronnen meer hapklaar aan te bieden en zo de drempel te verlagen.
De samenwerking van het non-profit Familysearch en commerciële partners Brightsolid en Archives.com bij de Census 1940 is op zichzelf al bijzonder. De volkstelling komt op de verschillende platforms gratis beschikbaar en het vinden van Opa of Oma hierin zal  nieuwsgierig maken naar meer.
Interessant om te volgen hoe de commerciële bedrijven de Amerikaanse genealogische markt verder zullen gaan benaderen. Ancestry ziet een grote potentie in Genetische genealogie, met de snelle ontwikkeling van de "DNA-wetenschap". Brightsolid zal zijn productmix ook in de VS inzetten, bijvoorbeeld door een Findmypast televisieserie te ontwikkelen. En nieuwe bedrijven zullen proberen een plek op de Amerikaanse markt te veroveren en zo een graantje mee te pikken van de groeiende belangstelling voor de familiegeschiedenis.

RootsTech als beurs en netwerkplaats 
In dit krachtenveld vindt RootsTech plaats. Het geeft een state of the art van de technologische toepassingen in de genealogie. Het is ook een proeftuin, waar nieuwe producten worden gelanceerd. Er vindt scouting plaats. Zo kocht Ancestry een idee op dat vorig jaar op RootsTech werd gepresenteerd. Je kunt RootsTech in dat opzicht vergelijken met jaarlijkse productbeurzen in andere sectoren. Op zo'n plaats willen de grote en kleine spelers op de genealogische markt zien en gezien worden. Familysearch zelf steekt veel energie in het bij elkaar brengen van die spelers, hen te ontmoeten, te laten netwerken.

Wat betekent dit voor ons?
Het genealogische landschap verandert. Van ontwikkelingen die in de Verenigde Staten plaatsvinden zullen wij direct of indirect, vroeg of laat, iets bij ons terug zien. Dat geldt voor de activiteiten van Familysearch, dat op dit moment met verschillende Nederlandse archieven samenwerkt in scanprojecten, en dat geldt voor commerciële partijen die zullen proberen hun geografisch bereik te vergroten. Genealogie zal nog meer 'global' gaan.


Stamboomcafé met ervaringen over RootsTech
Voor wie met mij na wil praten over RootsTech 2012: op dinsdag 28 februari houdt het Centraal Bureau voor Genealogie van 17-19 uur een ´stamboomcafé´ waar ik over mijn ervaringen zal vertellen en voor iedereen die met me na wil praten beschikbaar ben. Toegang is gratis. Belangstellenden kunnen zich melden via stamboomcafe@cbg.nl


Om zelf een indruk te krijgen van RootsTech kunt u de syllabus van de RootsTech website downloaden en de streams bekijken van de presentaties die opgenomen zijn. Ze komen binnenkort beschikbaar op de site van RootsTech. Familysearch is de totale stream in afzonderlijke presentaties aan het opknippen.In totaal is 22 uur opgenomen. Aan te bevelen is in de eerste plaats de keynote van Jay Verkler, en daarnaast ook het Ancestry panel onder leiding van Tim Sullivan en de presentatie van Ron Tanner over Familysearch Family Tree.

zondag 5 februari 2012

Zaterdag 4.2: Slotdag RootsTech

Meest in het oog springend op de slotdag waren het Ancestry panel en de presentatie over Family Tree van Familysearch. In de middag maakte ik nog een laatste rondje langs de stands op de beurs.

Ancestry panel
De laatste congresdag begon met een interessant panel van Ancestry.com, een van de grote commerciële spelers op de genealogische markt, met 1,7 miljoen abonnees. Tim Sullivan, de CEO van Ancestry, had vier mensen uit de top van zijn bedrijf meegenomen om te vertellen waar het mee bezig is. De grote zaal zat om half negen vol met belangstellenden en via de live stream op internet keken ook de nodige mensen mee. De verwachting is dat de markt de komende jaren sterk zal groeien. Televisieprogramma's als Who Do You Think You Are, in de VS gesponsord door Ancestry, en het gratis beschikbaar komen op internet van de volkstelling van 1940 zullen aanjagers zijn hiervoor.


Het belangrijkste is de content, waar Ancestry vorig jaar 21 miljoen dollar in investeerde. De technologische  hulpmiddelen waarmee het publiek die content gebruikt, moeten zo eenvoudig mogelijk zijn. Ancestry demonstreerde een nieuw ´gereedschap´ dat beschikbaar komt in de Amerikaanse volkstelling (Census) van 1911 op hun website. Als je iemand via de index gevonden hebt en de originele inschrijving in de volkstelling te zien krijgt, dan heeft de regel waar de persoon op staat een kleur, en het gezin waartoe hij behoort een andere kleur. Als je met je muis over de velden op zo´n regel loopt verschijnt een ´mouseover´, een tekstblokje waarin de inhoud wordt toegelicht. Als iemands leeftijd wordt vermeld in de census, dan staat in de tekst van de mouseover zijn geschatte geboortejaar. De presentatie leverde oh´s en ah´s en handgeklap vanuit de zaal op. Een ander nieuwtje dat het Ancestry team toonde was het filteren van de namen uit adresboeken, waarvan Ancestry er aardig wat heeft. Geen complete OCR, maar alleen de namen eruit pikken.   
Een nieuwe ontwikkeling is dat Ancestry zich op de DNA markt begeeft. Hoe precies werd nog niet verteld, maar wel dat men het als een belangrijke nieuwe activiteit ziet. Door de ontwikkeling van de genetische genealogie, mede dankzij steeds snellere computers, zal DNA steeds meer integraal onderdeel van de genealogie worden, zo is de filosofie. Verwanten zullen elkaar vinden via de Ancestry databases. En DNA zal steeds meer onthullen over onze persoonlijke en familiegeschiedenis.
Verder gaf Sullivan aan dat mobiele apps steeds belangrijker worden. Zo´n 60% van de nieuwe klanten komt via de telefoon of tablet. Ancestry zal vanaf nu nieuwe producten eerst via de mobiele app introduceren.
Het bedrijf werkt nu met 300 ´engineers´ aan zijn producten en daar komen er dit jaar 80 bij. De boodschap van het panel was duidelijk: door innovatie zijn wij klaar voor een groeiende markt en om de concurrentie aan te kunnen.Want met name concurrenten Brightsolid en Archives.com staan nu in de schijnwerpers in verband met de Census 1940.


 
Familysearch Family Tree
Ron Tanner gaf in de grote conferentiezaal een humorvolle presentatie over Family Tree, het stamboombouwprogramma dat eind dit jaar in Familysearch beschikbaar komt. Family Tree heeft een Wiki karakter en is dus gericht op samenwerking. Je kunt er rechtstreeks in bouwen, je stamboom als Gedcom uploaden, of synchroniseren met je eigen stamboomprogramma.Dat programma moet dan wel de Family Tree API ondersteunen.De opzet van Family Tree doorbreekt volgens Tanner de my-tree-itus van veel genealogen. De gegevens die je in je stamboom opneemt zijn door anderen te wijzigen. Van die wijzigingen wordt en logboek bijgehouden en degene die het gegeven heeft aangeleverd krijgt er een melding van. Er is ook ruimte voor discussie. Het programma maakt het verantwoorden van bronnen mogelijk, het opnemen van links. Je kunt afbeeldingen opnemen, waarbij van scans uit Familysearch de bronverantwoording automatisch meekomt. Bij de grafische weergave van een stamboom krijg je voorouders en nakomelingen van een persoon te zien. Het geheel zag er in de presentatie veelbelovend uit. Als het beschikbaar komt zal ik zeker eens gaan kijken hoe het werkt en als proef een stukje stamboom invoeren. En dan zien of er mensen op af komen die andere opvattingen hebben over de gegevens die ik opgenomen heb.

Minilab van de Family History Library

Beurs met stands 
Aan het eind van de middag maakte ik nog een rondje over de beurs, langs stands van computerprogramma's, webservices, uitgevers, verenigingen, DNA-en-genealogie bedrijven, stamboomprinters, etcetera. Maar er was meer dan alleen stands. In het midden was een media-Hub, een ruimte omgeven door een hek, waarbinnen de 'preferred bloggers' van het congres zaten en twee studio's waren ingericht. Er was een mini-lab met computers van de Family History Library, een tent van Familysearch waar je gratis boeken kon laten scannen, een cybercafé, een 'playground' met bijvoorbeeld biljart, basketbalspel, massagestoelen.


Bij de stand van Billion Graves registreerde ik me als gebruiker en deed mijn eerste transcriptie, van de grafsteen van Violet L. Schmitt (1919-1999), begraven op de Holy Cross Cemetery in Enumclaw, Washington. Even later stond ook de app op mijn telefoon. Billion Graves is een crowdsourcing project waarbij vrijwilligers foto's van grafstenen maken. De app maakt gebruik van de GPS op je telefoon. Met de foto neem je dus de lokatie van de grafsteen mee. Na het uploaden van de foto's kan je ze transcriberen, of laten transcriberen. Je kunt ook met een groep een bepaald project doen. Terug in Nederland maar eens verder uitproberen.
Naast de grote landelijke verenigingen NGS, NEGHS en de Federation of Genealogical Societies was er 
één opvallende regionale vereniging, de Southern California Genealogical Society, een actieve vereniging met 4.000 leden. Een van de succesvolle actviteiten is het jaarlijkse driedaagse congres, met 1.500 bezoekers en 100 lezingen van landelijk bekende sprekers. Bij deze "Jamboree" maakte ze in 2011 als eerste genealogische vereniging gebruik van de congresapp die nu ook door Rootstech is geadopteerd.  
Voor ik het Salt Palace Convention Center verliet pikte ik een gratis RootsTech T-shirt op (zal het 28 februari in het Stamboomcafé dragen), maakte nog een praatje bij enkele stands, nam afscheid van wat bekenden. Zo kwam de voortdenderende congrestrein ineens tot stilstand, en kwam een eind aan een boeiende week in Salt Lake City.

zaterdag 4 februari 2012

Vrijdag 3.2: Tweede dag Rootstech

(Friday 3.2: second Rootstech day)

De keynote was vandaag van Josh Coates, 'technology futurist'. Een van de thema´s die hij aanroerde was dat we in steeds grotere eenheden gaan rekenen, waar we ooit begonnen met Kilobytes is de Terabyte nu een vertrouwde rekeneenheid, en kunnen we met de volgende trap, de Petabyte, langzamerhand omgaan. Ik heb hem na mijn bezoek aan de Vaults afgelopen maandag aan mijn vocabulaire toegevoegd. De volgende trap is de Exabyte. Daar zijn we nog niet aan toe.Dat gebeurt wel binnen tien jaar verwacht hij. De techniek moet dan nog wel een aantal stappen gezet hebben. Geen bewegende delen meer in computersystemen, het gebruikte materiaal mag niet aan verval onderhevig zijn, snelheid en parallelliteit zijn belangrijk en de mens moet er zoveel mogelijk buiten gehouden worden. Want die veroorzaakt vijftig procent van de fouten. Nog grotere eenheden Zettabyte en Yottabyte staan voorlopig in de wachtkamer.

Rondom het lezingencircus zijn andere activiteiten gepland die het congres een bijzonder karakter geven, zoals `unconferencing´ bijeenkomsten. Wie over een bepaald onderwerp wil spreken, bijvoorbeeld ´het gebruik van bronnen annotatie´, 'beroeps versus amateur', een nieuw product, kan zich inschrijven voor een bepaald uur in een bepaald ruimte. De aangemelde sessies staan op een bord aangekondigd en wie belangstelling heeft kan er heen gaan. Wie zo´n sessie aanmeldt is ook de discussieleider.
Een andere vorm zijn de 'poster sessies'. Belangstellenden kunnen zich melden voor een nieuw product of een product in ontwikkeling, de informatie hierover delen met het publiek op een billboard. Tien aanvragen werden gehonoreerd, bijvoorbeeld over het wegnemen van onscherpte uit scans en handschrift herkenning.



Een groep studenten van de Brigham Young University stond temidden van de posters hun nieuwe product te presenteren, waarmee ze de derde plaats behaalden in de Developer Challenge (gekoppeld aan het congres). De uitdaging was een technisch innovatief product te ontwikkelen.Hun product heet '20 Minute Genealogist'. Het helpt je snel een kwartierstaat op te bouwen, gebruikmakend van een cirkeldiagram.Als je op een van de kwartieren klikt verschijnt de basisinformatie over de betreffende voorouder. Je kunt zoeken op de ontbrekende informatie (op dit moment alleen in Familysearch). Het programma gaat binnenkort in Beta en een app is in ontwikkeling.

Presentatie van 20 Minute Genealogist
Vandaag was beter te merken dat er meer dan vierduizend deelnemers zijn, ook al komt niet iedereen voor drie dagen.Het was hier en daar wat dringen bij het wisselen van de lezingen. Bij een enkele lezing waren niet genoeg zitplaatsen. Dat gold bijvoorbeeld voor de lezing van Family Tree DNA (FTDNA) over nieuwe wegen in de genetische genealogie. Met mitochondriaal DNA onderzoek en Y-chromosomaal DNA onderzoek zijn we langzamerhand vertrouwd. Die volgen de rechte vrouwelijke of de rechte mannelijke lijn. Met een derde vorm, autosomaal DNA onderzoek, is het mogelijk ook verwantschap tussen twee personen vast te stellen waarbij de verwantschap niet in een van beide rechte lijnen loopt. Men zoek dan naar stukjes DNA die gelijk zijn.
Er waren veel vragen na afloop van de DNA lezing. Onder andere de betrouwbaarheid van autosomaal DNA onderzoek werd in twijfel getrokken, in verband met de manier waarop het DNA vererft. De vijftig procent van het autosomaal DNA die vader en moeder ieder doorgeven verschilt per kind, en daarmee gaat ook erfelijk materiaal verloren. De vraag over het bewaren of weggooien van het monster na de test werd opvallend genoeg niet gesteld. FTDNA houdt de monsters in zijn databank (de oudste dateren van tien jaar geleden) en kan ze bij nieuwe technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen opnieuw gebruiken.Je hebt je DNA dus voor altijd uit handen gegeven.

In de avond was de Family History Library speciaal voor congresgangers tot middernacht open. En voor wie de eerste uitzending van de nieuwe VS serie van Who Do You Think You Are, met acteur Martin Sheen, niet wilde missen stonden schermen klaar.Van de 'FHL by night' werd gretig gebruikt gemaakt. Om 11.00 uur waren er nog 600 bezoekers.Ik heb met veel plezier nog een paar uurtjes aan de Siciliaanse familie Spinuzza besteed.

(English Summary)
One of the themes of Josh Coates, in his humorous keynote, was the continuous scaling in computer capacity. We can handle the Petabyte now, but before we can master the Exabyte some steps have to be taken.    
Next to the presentations other forms of exchange of information are used, for instance ´unconferencing´ and ´poster sessions´. They certainly add something to the program of the congress. During the poster session students of the Brigham Young Universitiy presented their ´20 Minute Genealogy´. With this product they won the third prize in the Developer Challenge.
In the evening the Family History Library had special opening hours for the congress attendees, and they didn't have to miss the first show of the new WDYTYA series. Television screens were installed.

vrijdag 3 februari 2012

Donderdag 2.2: Eerste dag Rootstech


Het belangrijkste doel van mijn reis naar Salt Lake City is het Rootstech congres.Vorig jaar werd Rootstech  voor het eerst georganiseerd, en met succes. Het trok drieduizend bezoekers.Ik volgde het op afstand, bekeek de online gezette lezingen en las en hoorde de enthousiaste verhalen van deelnemers. Goed om daar bij te zijn namens het CBG.
Doel van het congres is de 'leverancier van techniek' en de gebruikers daarvan bij elkaar te brengen.Er zijn lezingen, workshops, paneldiscussies. Er wordt kennis uitgewisseld, er worden nieuwe producten gepresenteerd en er wordt veel genetwerkt, zowel in als buiten het congres.

Salt Palace Convention Center


Donderdagmorgen wandelde ik vroeg naar het Salt Palace Convention Center, om niet te lang in de rij te hoeven staan. Om half acht meldde ik me bij de inschrijfbalies en pikte mijn congrestas op bij de balie T-Z. Het podium van de zaal van de opening was sfeervol verlicht, voorzien van grote schermen en uit de speakers klonk rockmuziek. Voor de openingslezing stond Jay Verkler op het programma, voormalig Chief Executive Officer van Familysearch. Hij schetste in een vlot hoog tempo de ontwikkelingen die gaande zijn bij Familysearch en daar omheen. Hij toonde hoe de opslag van persoonsinformatie met bronnen, bronverantwoording, gegevensinterpretaties, links naar informatie, er in Familysearch uit zal kunnen gaan zien, het model dat hier achter zit, de ontwikkeling van een nieuwe Gedcom, van een permanente link naar informatie en bronnen (zodat deze in de toekomst ook nog gevonden kunnen worden). De Gedcom standaard dateert uit 1985 en is hard aan vervanging toe. Dat is al een aantal keren gebeurd. Met de positie die Familysearch nu in het krachtenveld heeft, het grote belang dat ze er zelf bij hebben en de power waarmee dit nu wordt aangepakt zou dat best wel eens kunnen lukken. De keynote is op de website van Rootstech te bekijken. Zeer de moeite waard voor wie een idee wil krijgen in welke richting de digitale genealogie zich kan gaan ontwikkelen. Dat geldt ook voor en aantal andere lezingen die zijn ´gestreamd´.

Tijdens de lunch hield Chris van der Kuyl van Brightsolid de tafellezing. Hij is van Nederlandse afkomst maar spreekt met een onvervalst Schots accent. Het bedrijf heeft, zo gaf hij aan, een ´multibrand approach´. De oorsprong van Brightsolid ligt in Schotland, daar realiseerden ze Scotlands People. Verder bezit het bedrijf Friends Reunited, Genes Reunited, Find My Past UK, Find My Past Ierland, realiseerde het met de British Library de British Newspaper Archive, en heeft het in Engeland een genealogisch televisieprogramma. Sinds kort zijn ze actief op de VS-markt, werken daar samen bij het online brengen van de 1940 Census en startten daar onlangs de website www.censusrecords.com. Tijdens de lunchlezing kondigde hij aan dat het bedrijf werkt aan het online brengen van Findmypast.com, gericht op de VS. Zijn ambitie: de beste genealogie site van de VS worden.

Aan de hand van de Rootstech2012 app op mijn telefoon stelde ik een lezingenprogramma samen. De app geeft je een seintje als je naar een volgende lezing moet en houdt je via push berichten op de hoogte van allerlei activiteiten. Ondanks het feit dat er nog meer deelnemers zijn dan vorig jaar (meer dan vierduizend), was het nergens dringen, hoefde je nergens te wachten en was er tijdens de lezingen overal voldoende plaats.

Woensdag 1.2: APG conferentie en bloggers bijeenkomst

(Wednesday 1.2: APG conference and bloggers meeting)


APG-congres
De woensdag stond in het teken van het APG congres en een bloggers bijeenkomst. De dag voor Rootstech organiseerde de Association for Professional Genealogy (APG) zijn jaarlijkse Professional Management Conference, met dit jaar als thema Technique, Tools & Technology. Dit congres is een van de manieren waarop de APG de beroepsgenealoog bij zijn professionele ontwikkeling ondersteunt. Zo'n honderdvijftig leden verzamelden zich woensdag in Salt Lake City voor het congres.


Onderwerpen van de sprekers waren: onderzoekstechniek, onderzoek naar 'native Americans' (indianen), webinars, mediaplanning, het gebruik van apps, het inkomen van de beroepsgenealoog en samenwerking met andere beroepsgroepen. Genoeg stof om een lang blog te vullen. Twee van de presentaties zijn me vanuit mijn persoonlijke belangstelling het meest bijgebleven. 

J. Mark Lowe sprak over 'Advanced research plans', de techniek van het onderzoek, van probleemstelling tot verslag, en de relatie met de klant daarbij. De basis van de methodiek is met de automatisering niet veranderd, maar er zijn allerlei hulpmiddelen gekomen die je kunnen helpen.
Hij illustreerde dat aan de hand van een aantal  apps en services. Zo maakt hij veel gebruik van DropBox. Daarmee zet hij bestanden (documenten, scans, etc) 'in the cloud', waarmee ze overal voor hem en mensen die hij toegang geeft te bereiken zijn. (tot 2 gigabyte gratis)
Ook Google Maps is een belangrijk stuk gereedschap: niet alleen om plaatsen te lokaliseren, maar ook om kaarten te annoteren met historische gegevens.
Jing en Screencast-o-Matic gebruikt hij om screenshots en opeenvolgende handelingen op het scherm op te nemen en zo te kunnen delen met een klant.
Met Wallwisher heb je een online aantekeningenbord, om voor jezelf 'post-its' op te hangen of vragen en gedachten uit te wisselen met de klant.
En met Yammer kan je een privé community opzetten voor klanten of collega's.





Thomas MacEntee, bekend van Geneabloggers, sprak over 'Virtuele presentaties voor professionele genealogen' en richtte zich daarbij vooral op webinars.  In de kern is het een lezing voor publiek, inclusief powerpoint, eventueel met handout. Maar dan digitaal, via internet. Er is speciale webconferencing software beschikbaar. Als het publiek onder de 100 personen blijft betaal je een paar tientjes per maand.
In de Verenigde Staten zijn webinars een bekend verschijnsel. Je kan door middel van de software zelf je webinar organiseren (inclusief aanmelding, herinneringsmail, etc.). Maar je kunt ook gebruik maken van een platform, dat de deelnemer aan de webinar al dan niet laat betalen. In de Verenigde Staten zijn dat bijvoorbeeld Family Tree University, Legacy webinars. De laatste neemt ze op en verkopen ze vervolgens weer door. Thomas MacEntee geeft op deze manier ook lezingen voor verenigingen. De leden verzamelen zich in hun gebruikelijke zaal en volgen via een scherm en speakers de lezing. Of ze zitten gewoon thuis en volgen de presentatie via  hun eigen computer.
Wie het een keer wil proberen kan via Cyndi's list  gratis webinars opzoeken en beluisteren of live bezoeken. Voor de spreker zijn webinars een bron van inkomsten geworden. Hij geeft ze gratis en heeft zijn inkomsten van de handouts die hij erbij verkoopt.
Belangrijk voordeel van webinars is dat de spreker niet hoeft te reizen, dat bespaart kosten bijvoorbeeld voor een vereniging die hem uitnodigt.Ondanks het feit dat in Nederland de afstanden minder groot zijn, zou een webinar toch een goed medium kunnen zijn om kennis te delen. Twee of drie uur reistijd om een lezing te geven is in zekere zin verloren tijd. En je belast het milieu minder.

Tussenstop Family History Library 
Aan het eind van de middag nog even naar de Family History Library geweest om daar met Gerda Bals bij te praten. Zij was jarenlang - tot haar pensioen begin vorig jaar - de Nederland specialist in de FHL.Ze komt er nog regelmatig om zelf onderzoek en in de zomermaanden ook als vrijwilliger. Dan komen er tamelijk veel Nederlandse vakantiegangers langs die Salt Lake City opnemen in en vakantie aan de westkust.


Volkstelling 1940
's Avonds was ik bij een bijeenkomst die Familysearch organiseerde voor bloggers. Doel was bloggers op te warmen voor het crowd sourcing project Census 1940, zodat ze het uitdragen onder hun lezers. De National Archives and Records Administration (NARA) geeft 2 april aanstaande de Amerikaanse volkstelling van 1940 vrij. Vanaf dat moment start Familysearch een gigantisch indiceerproject op basis van scans die al zijn gemaakt. De VS telden toen 131 miljoen personen. Scans en index komen gratis beschikbaar op de website van Familysearch. Het is een uniek samenwerkingproject tussen NARA, Familysearch en de commerciële partners Brightsolid en Archives.com. Hoe snel de index beschikbaar komt hangt af van het aantal vrijwilligers dat zich aanmeldt op de site van Familysearch.

(English summary)
Wednesday I visited the APG Professional Management Conference: Techniques Tools & Technology. Two presentations had my special attention. J.Mark Lowe gave a talk on 'Advanced research plans. The basic techniques for genealogical research are still the same, he said, but there are new digital tools available. Thomas MacEntee had a presentation on 'Virtual presentations', especially webinars. Certainly something to consider as a speaker or society.
In the evening I was at a bloggers meeting organized by Familysearch to promote the mega-crowdsouring project 1940 Census. The message was: a lot of volunteers are needed. Spread the word. The more volunteers there are, the sooner the index will be available for the public, next to the images.

woensdag 1 februari 2012

Dinsdag 31.1: bezoek Familysearch en Records Vaults

(Tuesday 31.1: visit Granite Mountain Records Vault; summary below)

Vanmorgen vroeg stond Michael Hall voor de deur van het hotel om me op te pikken voor een dagje Familysearch, met als hoogtepunt een bezoek aan de Granite Mountain Records Vault. Hij was de perfecte gastheer.Wandelde met me rond in het hoofdkwartier van Familysearch, stelde me aan allerlei mensen voor, die me vervolgens bij praatten over de ontwikkelingen bij Familysearch.


Een deel van de kantoren van Familysearch is in dit Church Office Building ondergebracht



Familysearch
En die ontwikkelingen gaan heel snel.´Buckle up your seatbelts and hang on tight´ (Doe je gordel om en hou je vast) was, bij het congres dat ik hier in 2000 bezocht, de afsluitende oneliner van een keynote over de ontwikkelingen bij wat nu Familysearch heet. Hij doelde op de catalogus en databases die online kwamen en het gebruik van cd´s. Inmiddels staat het voertuig in de turbostand zou je kunnen zeggen. Toen dachten de mormonen nog vast te houden aan microfilms. Men zag wel iets in Norsam-HD Rosetta, micro-etsen op een nikkelen plaatje. Bronnen werden daarbij met een factor 900 gereduceerd tot een stip.
Een paar jaar geleden is dat beeld volledig gekanteld. Familysearch heeft ervoor gekozen alle 2,4 miljoen microfilms te digitaliseren en de scans gratis via internet beschikbaar te stellen.Als opslagformaat is gekozen voor JPG2000. Die hele conversieoperatie van microfilm naar digitaal zal over vier tot zes jaar voltooid zijn.We profiteren hier inmiddels al van nu de Nederlandse burgerlijke stand (voor zover verfilmd) grotendeels beschikbaar is via Familysearch. Daarnaast zijn de mormonen wereldwijd begonnen met het direct scannen van originelen. Een van de focuslanden is op dit moment Italië, waar men samenwerkt met de staatsarchieven.Voor al deze scans is op den duur een gigantische opslagcapaciteit nodig. Naar verwachting is de behoefte in 2020 350 petabyte is (1 petabyte is 1.000 terabyte). Men bouwt daarvoor twee identieke opslagsystemen, één in de Granite Mountains Records Vaults en één in Missouri, die voortdurende synchroniseren.

Granite Mountain Records Vaults

Granite Mountain Records Vaults
In de bergen, op zo´n veertig kilometer afstand hakten de mormonen in de jaren 1958-1965 6 archiefdepots uit, onderling verbonden door een gang. Het complex gaat 200 meter diep de berg in. Het idee achter de opslag op deze lokatie was dat de films veilig zijn in tijd van oorlog en bij aardbevingen.
Aan de voorzijde van het complex, direct achter de openingen in de berg, zijn de kantoor- en productieruimten.Daar vindt ook de conversie van de films naar digitale afbeeldingen en duplicering van films plaats. De inrichting van de bijbehorende productieprocessen en de zichtbare toewijding van de mensen die hier aan werkten maakten bijna nog meer indruk dan de archiefdepots. Hier staan de 24 filmscanners die de 2,4 miljoen films omzetten naar scans. De rondleider gaf een goed verduidelijkend beeld van de omvang van de klus: als je de films achter elkaar legt gaat de filmstrook die je dan krijgt twee keer de aarde rond. De scanapparaten doen in 6 minuten een 16mm film van 2.000 beeldjes. Dat gebeurt niet beeldje voor beeldje, maar in één keer de hele film. Dit digitale lint wordt vervolgens softwarematig beoordeeld en geknipt in losse afbeeldingen.Een operator bekijkt de automatisch geselecteerde twijfelgevallen op een computerscherm. Het proces is zo ingericht dat de films niet langer dan twee uur uit het depot zijn. De voortgang van de verschillende processen, inclusief de productiestand, is door iedereen te volgen op schermen die aan het plafond hangen. Het zag er allemaal uit als een geoliede machine. Een vijfminuten filmpje op Youtube geeft een goede indruk
De gang naar de eigenlijke depots is voorzien van een zware en dikke stalen deur. Na opening van de deuren in de gang, die toegang tot de depots geven, krijg je eindeloze rijen filmkasten te zien. Aan het eind van de gang kom je via een deur in een ruimte met een groot open waterreservoir, gevoed door de berg. Het water wordt gebruikt voor allerlei doeleinden, waaronder drinkwater. Gastheer Michael had het al aangekondigd: ´It´s the best water you´ve ever tasted´.

Op YouTube staat een filmpje van vijf minuten dat een kijkje in de Vaults geeft.

(Summary)
Today Michael Hall, an excellent host, introduced me in the Familysearch headquarters to some of the staff members. They updated me about developments now and in the near future, the enormous effort being done, bringing the scanned films online, and the ways Familysearch cooperates with other parties. The visit to the Granite Mountains Records Vaults was an impressive experience, not only the storage of the 2,4 million microfilms, but in particular the way the scanning proces is managed and the dedication of the people working on it. At the end of my visit I could drink, in the words of Michael, 'the best water you've ever tasted', from a source in the mountain.

dinsdag 31 januari 2012

Maandag 30.1: bezoek Family History Library

(Monday 30.1: visiting the Family History Library; summary in English below)

Vandaag stond de Family History Library op het programma. Dat is verplichte kost bij een bezoek aan Salt Lake City, voor een genealoog tenminste. Het is een soort mega-Centraal Bureau voor Genealogie, met dagelijks 1.500 bezoekers, een staf van 100 medewerkers, ondersteund door 700 getrainde vrijwilligers. Doel van mijn bezoek was bijpraten met de Nederland specialist daar en een onderzoekje in Italiaanse bronnen.


Family History Library
Van mijn hotel wandelde ik naar de FHL. Het schaakbordpatroon van zo'n jonge Amerikaanse stad (gesticht in 1847 door de mormonen) is wel weer even wennen.De straten zijn vanaf het centrale punt, de tempel, oplopend genummerd in de vier windrichtingen. Maar ik vond mijn weg van 230 West 500 South naar 35 North West Temple Street, zij het niet via de kortste route.

Ingang Family History Library

De Family History Library is gevestigd naast Temple Square, met behalve de tempel ook het Tabernacle, thuishaven van het bekende Mormon Tabernacle Choir. Boven de ingang hangt een spandoek met de mooie tekst 'Find yourself in familyhistory'. De FHL telt vijf verdiepingen, waarvan twee onder straatniveau. Drie verdiepingen zijn open voor bezoekers. Op de begane grond vind je Familysearch, op de twee bovenste verdiepingen VS en Canada, op de tweede verdieping ondergronds de Britse Eilanden, en daartussen zit de rest van de wereld op niveau -1. Het is druk in de studiezaal. Veel van de computers en leesapparaten zijn bezet.Je hoort om je heen behalve Engels ook allerlei andere talen spreken. De bibliotheek heeft regiospecialisten die vaak ook bijbehorende talen beheersen.Dat is handig voor een goed begrip van de bronnen.


Regiospecialiste Baerbel Johnson bij de servicedesk
Als ik binnenkom zie ik tot mijn verrassing op de computer een kaartje van Nederland staan en hoor ik met Engelse tong het woord 'gerecht' uitspreken. Een bezoeker krijgt uitleg over een Nederlandse bron.
Ik ontmoet er Baerbel Johnson. Ze is van Duitse geboorte en specialist West-Europa. Daaronder valt ook Nederland.Ze kent Nederland niet alleen 'van afstand', maar kwam er ook zelf om onderzoek te doen, en haar dochter studeert op dit moment in Groningen.We praatten elkaar bij over ontwikkelingen. Baerbel droeg een keycord  met pins van allerlei verenigingen. De pin van het CBG die ik haar gaf speldde ze er direct bij op. Ze was erg geïnteresseerd in wat er allemaal in Nederland digitaal beschikbaar komt. Ik kon haar de primeur geven van ons eerste e-book 'Dutch roots. Finding your ancestors in The Netherlands'. Het komt binnenkort uit. Ze bladerde er met belangstelling doorheen. Zelf vertelde ze over haar activiteiten als specialiste, die ook steeds meer via internet gaan lopen: cursussen, informatiebladen, de Familysearch wiki. Ook hier de verschuiving van onsite naar online. Het aantal dagelijkse bezoekers is groot, zoals gezegd 1.500, maar daalt. Bij mijn bezoek in 2000 lag het op 2.400 per dag. Als over enkele jaren alle films gedigitaliseerd zijn en de scans online staan zal het bezoek verder gedaald zijn. De specialisten zullen zich dan nog meer richten op de online dienstverlening.


Titelpagina ondertrouwregister 1908 Montemaggiore Belsito

Spinuzza's van Sicilië
Om ook even praktisch bezig te zijn en zo de atmosfeer een beetje op te kunnen snuiven had ik als huiswerk een onderzoekje naar een Italiaanse familie meegenomen. Nieuwe familieleden wekken al snel (ook) mijn genealogische belangstelling. En als nicht Meike dan in Italië een relatie krijgt met Pietro Spinuzza opent dat mogelijkheden om Italiaans onderzoek te verkennen. De familie komt van Sicilië. Vorige zomer schreef ik naar de burgerlijke stand van het dorp waar de familie vandaan komt: Montemaggiore Belsito. Het leverde een trouwdatum op van de grootouders van Pietro.Wil je zelf aan de slag in de Siciliaanse archieven dan kom je terecht in het Archivo di Stato in Palermo. Dat betekent: beperkte openingstijden en bovendien een klein aantal stukken per dag aanvragen. Schiet niet op dus.
De Family History Library heeft een aantal registers van de burgerlijke stand van Montemaggiore Belsito. Dat had ik thuis al gezien in de online Library Catalog. Met mijn verlanglijstje meldde ik me bij specialiste Paola Manfreddi, die me de 16 mm films aanwees.
Even later zat ik aan zo'n grote projectorkast, zo een waar je je hoofd in kunt steken om beter te kunnen lezen wat op de bodem geprojecteerd wordt. De grootvader van Pietro, ook een Pietro Spinuzza, is in 1908 geboren. Vanaf dat jaar wandelde ik terug door de tijd in de 'registri per le richieste delle pubblicazioni di matrimonio' en de 'registri degli atti di matrimonio', de ondertrouwakten en de trouwakten. Bekende aktetypen, maar met een lastige hand in een taal die ik niet beheers. De mormonen verfilmden de registers in 1996. Draaiend aan de handel aan de zijkant van de kast, alsof ik een speeldoos bediende, snorde de film langs de lens.Een vertrouwd geluid. Over een aantal jaren staan deze kasten in het museum van de genealogie in Salt Lake City. Als het ergens komt dan is het daar wel.
Na wat akten met Spinuzza's, maar niet de Vincenzo Spinuzza waar ik naar zocht, vond ik net toen omgeroepen werd dat de bibliotheek ging sluiten de trouwakte die ik moest hebben. Vincenzo Spinuzza en Lucia Mesi trouwden in Montemaggiore Belsito op 7 oktober 1899. De gegevens uit de akte leveren aanknopingspunten voor verder onderzoek.Misschien in de FHL de komende dagen en anders over een paar jaar in Familysearch, waar de scans dan online staan.

Handtekening van 'Spinuzza Vincenzo' onder zijn trouwakte


(English summary)
Monday I visited the Family History Library. I talked to Western-Europe specialist Baerbel Johnson. We exchanged information on developments in genealogy in the FHL and the Netherlands, the influence of digitization on our profession, from onsite to online. She had the scoop of going through my new book 'Dutch Roots; Finding Your Ancestors in The Netherlands' . It's the first e-book published by the Centraal Bureau voor Genealogie. It will be published shortly and it's written in English. After that I did some research in the Italian civil registration and found the marriage certificate I was looking for: of Vincenzo Spinuzza and Lucia Mesi, who married Montemaggiore Belsito (Palermo) Oktober 7. 1899. 

maandag 30 januari 2012

Kamp opgeslagen in Salt Lake City voor RootsTech en APG congressen

(Ready for Rootstech and APG conferences in SLC; English summary at the bottom)

Zou een van mijn achterkleinkinderen ooit de vingerafdrukken en foto te zien krijgen die ik vandaag bij de Amerikaanse immigratiedienst achterliet? Zoals wij nu de tronies van negentiende-eeuwse gevangenen uit de gevangenisregistratie bekijken? Dat vroeg ik me af toen ik in Washington voor de paspoortcontrole stond, onderweg  naar Salt Lake City.

Inmiddels sloeg ik in de hoofdstad van Utah mijn kamp op, om daar deel te nemen aan de RootsTech en APG conferenties van deze week.  Van  de gelegenheid maak ik gebruik om enkele genealogische 'bezienswaardigheden' te bezoeken in Salt Lake City: de Granite Mountain Records Vault en de Family History Library. Na de congresweek doe ik op de terugweg naar Nederland Washington aan Daar staan in ieder geval de Library of Congress en de National Archives and Records Administration (NARA) op het programma. In mijn blog doe ik van de komende twee weken verslag. Het programma van de congresweek ziet er grofweg als volgt uit.



Dinsdag 31.1: The Vaults, en Family History Library
De Granite Mountain Records Vaults zijn archiefdepots die in de jaren zestig zijn uitgehakt in de bergen, op zo'n veertig kilometer van Salt Lake City. De Mormonen bewaren er onder andere enkele miljoenen microfilms die zij van genealogische bronnen over de hele wereld maakten. Zij zijn daar nu bezig met de grootscheepse digitalisering van deze films. De scans komen beschikbaar via de site van Familysearch.
Dit is mijn tweede bezoek aan Salt Lake City. In september 2000 was ik er voor het eerst, voor een congres van de Federation of Genealogical Societies (FGS, zie mijn verslag in Genealogie 6 (2000) 100-103). Ben Dodenbier en zijn vrouw Mary - Nederlandse emigranten naar Utah - zorgden toen voor een sightseeing tour in en rond Salt Lake City. Ik zag toen alleen de buitenkant, nu krijg ik een kijkje binnen.
Die dag staan verder een gesprek met wat mensen van Familysearch en een bezoek aan de Family History Library (FHL) op het programma. Daar ontmoet ik de specialist Nederland en wil ik wat Italiaans onderzoek doen: voor de 'kat in een vreemd pakhuis' ervaring. Een mooie vingeroefening om te zien hoe het tegenwoordig werkt in de FHL.

Woensdag 1.2: APG conferentie en ronde tafel gesprek
De Association of Professional Genealogists (APG, 4.000 leden) heeft zijn basis en de meeste leden in de Verenigde Staten. Voor veel van de leden buiten de VS is werving van Amerikaanse klanten een belangrijk motief voor lidmaatschap. Via de online 'directory' van de APG zijn ze vindbaar voor Amerikanen die in het herkomstland van hun voorouders onderzoek willen laten doen.
De APG ondersteunt genealogische professionals bij hun beroepsontwikkeling, ondermeer via de website, de geografische afdelingen (chapters), lezingen en conferenties en een kwartaalblad. Leden onderschrijven de ethische code van de APG.
De dag voor RootsTech  organiseert de APG een Professional management conference, met als thema Technique, Tools and Technology. 's Avonds is er voor de leden die RootsTech gaan bezoeken een  rondetafelgesprek met als thema Indexing, Planning and Technology. 


Donderdag 2.2 - zaterdag 4.2: RootsTech
Vorig jaar organiseerde Familysearch voor het eerst de RootsTech conferentie. Het idee was ontwikkelaars/producenten van technologische toepassingen voor stamboomonderzoek en gebruikers elkaar te laten ontmoeten. De Verenigde Staten hadden al twee jaarlijkse landelijke congressen, in mei en september, georganiseerd door respectievelijk de National Genealogical Society (NGS) en de FGS. RootsTech werd daarom midden in de winter gepland.
RootsTech één was met 3.000 deelnemers een groot succes. De verwachting voor RootsTech twee zijn daarom hoog gespannen. Het programma ziet er veelbelovend uit. Via de speciale RootsTech app kan je een keuze maken uit de dertien parallelle lezingencycli , samenvattingen lezen, sprekers bio's bestuderen. Je kunt je eigen programma samenstellen en in je agenda zetten. Er zijn paneldiscussies, presentaties, spontane sessies, lunches en diners met topsprekers, enzovoort.
Zo'n congres levert een beeld van de 'state of the art' op en een kijkje in de nabije toekomst van de technologie. Daarnaast is een van de leuke dingen van zo'n congres het ontmoeten van oude bekenden, bijpraten, en nieuwe kennissen opdoen.
In de exhibit hall op de beurs laten bedrijven die actief zijn op de genealogische markt  hun producten zien. Een flink aantal ontwikkelaars heeft nieuwtjes beloofd.

Ik heb zelf ook een nieuwtje bij me: het eerste e-book van het CBG. Ik had hem al een poosje geleden aan buitenlandse contacten beloofd, maar kan hem nu laten zien op de iPad: 'Dutch roots. Finding your ancestors in The Netherlands'. En congresbezoekers met Nederlands klinkende namen moeten er natuurlijk ook aan geloven. Als enkele kleine onvolkomenheden verholpen zijn ligt hij volgende maand in de elektronische boekhandel.

(English summary)
The next two weeks I will blog about my visit to the USA. In the first week I'm in Salt Lake City for the APG professional management conference and RootsTech. Now that I'm in SLC I take this opportunity to visit the Granite Mountain Records Vaults and the Family History Library. Familysearch organizes RootsTech  for the second time. Last year it was a great success, with 3.000 visitors. The object is to bring developers and users together.
In the second week of my stay in the USA I'll be in Washington, to visit the Library of Congress and the National Archives and Records Administration.

woensdag 11 januari 2012

DatWasDaar dankzij WatWasWaar

(Lucky catch surfing the WatWasWaar website. English summary below)


Gewoon voor mijn plezier snuffel ik soms wat rond op de website WatWasWaar. Op de lagere school was het de Kleine Bosatlas, op de middelbare school de Grote Bosatlas, nog wat later de topografische kaarten van de Topografische Dienst en weer wat later de Gemeenteatlas van Kuyper, historisch kaartmateriaal. Kaarten fascineren. En als je dan ook nog in voorouders geïnteresseerd bent is WatWasWaar een mooie plek om een poosje te vertoeven, met een schat aan informatie. Je zoomt in op een plaats waar je familie woonde en kijkt wat er allemaal over te vinden is: militair topografische kaarten, kadasterinformatie, luchtfoto's, oude kaartboeken, enzovoort. En dan vang je wel eens iets voor je stamboom.
Grootvader Hannes van Kleinwee (1895-1994) is geboren in De Lage Haar, dichtbij kasteel De Haar. Zijn vader werkte nog mee bij de aanleg van het kasteelpark, bij de aanplant van de volwassen bomen. De bomen werden aangevoerd met de ´malle Jan´, zo vertelde hij. De Lagehaarsedijk, waar zijn geboortehuis stond,  is licht geel gekleurd op het onderstaande kaartfragment.

De Lagehaarsedijk (lichtgeel) komt uit bij kasteel De Haar
Schuivend over de kaart met de W-wijzer kleurt een smalle strook land roze, niet meer dan drie percelen breed en van een bijzonder vorm, met een uitstekende hoek en een smal aanhangsel. De wijzer geeft aan dat het om sectie B blad 01 van de kadastrale gemeente Laag Nieuwkoop gaat. Scans van het bijbehorende minuutplan en de oorspronkelijke aanwijzende tafel zijn online te bekijken. In 1832 werd het Kadaster in Nederland ingevoerd. Landmeters waren in de decennia daarvoor rondgetrokken om de percelen in te meten. De minuutplans zijn de oorspronkelijke kaarten met per sectie de genummerde percelen ingetekend. De oorspronkelijke aanwijzende tafel (OAT) is het register waarin de percelen toen in numerieke volgorde zijn inschreven, met voor elk perceel onder andere informatie over eigenaar, soort eigendom (weiland, bos, heide, etc.) en oppervlakte. De OAT van deze sectie telt maar vijf scans, met informatie over 63 percelen. Tot mijn verrassing behoren vijf van de percelen toe aan ´de wed. Ruth van den Bosch´, mijn voormoeder Grietje Glissenaar (1743-1829). Zij trouwde in 1768 met de uit Kleefsland afkomstige Ruth van den Bosch. Een leuke toevalsvondst.


Oorspronkelijke aanwijzende tafel, Laag Nieuwkoop, sectie B blad 1 
Het grondbezit is bij elkaar opgeteld ruim een kwart hectare, bestaande uit huis, erf, tuin, boomgaard en bos.Op het minuutplan is de ligging van de percelen terug te vinden, in de zuidhoek van de kadastrale sectie. De kaart is een kwartslag gedraaid, maar de typische vorm is goed herkenbaar.

Fragment minuutplan, Laag Nieuwkoop, sectie B, blad 1 
Zoomen we in op dit fragment dan kunnen we de percelen onderscheiden.De weduwe Ruth van den Bosch woonde op een smalle strook grond tussen de afwateringskanalen Heicop (boven) en Bijleveld (beneden).

Drie van de percelen van Grietje Glissenaar: 40, 41 (huis en erf) en 43 
De lokatie is in het tegenwoordige landschap goed herkenbaar. Google Maps laat zien dat op de plaats van de vroegere Bijleveld tegenwoordig het Kortjaksepad ligt. En waar Grietje Glissenaar woonde is nog steeds een woonhuis met bijgebouwen. Ik fiets er op mijn polderfietstochten regelmatig langs en denk dan: Opa, op een steenworp afstand van je ouderlijk huis woonde hier je betovergrootmoeder: DatWasDaar.




Grotere kaart weergeven

Gezicht op de gebouwen vanaf het Kortjaksepad, 2012


English summary
The website WatWasWaar contains a lot of geographical material, maps, registers, aerial photographs, topographic images of the Netherlands. The main sources of the website, and the basis around which it has been built, are the so called 'minuutplans' and 'oorspronkelijke aanwijzende tafels'. In 1832, following 20 years of surveying of all parcels of land, the Netherlands implemented a system to register real property, called the 'kadaster'. In the province Limburg, this happened slightly later, in 1840. The entire country was divided into kadastrale gemeenten (land registry municipalities). Each kadastrale gemeente consisted of one or more secties (sections), designated by a letter (A, B, etcetera). The parcels of land within one section were numbered sequentially. The 'minuutplan' is the original 1832 map of the sections, showing the parcels and the parcel numbers. The 'oorspronkelijke aanwijzende tafel' (OAT) is the register listing the parcels in each section.
Every now and then I visit the website to zoom in on a certain area where ancestors lived. Visiting the birth area of my grandfather I had a lucky catch, finding his great great grandmother Grietje Glissenaar, who happened to live a stone's throw away from the house where he was born. When I pass the spot nowadays, making a bike tour in the surrounding 'polder'-area, I look differently at this piece of land. Due to my research it has become a family history 'site of significance' to me.