donderdag 15 september 2011

63. Deutscher Genealogentag, 9-11 september 2011, Erlangen

De jaarlijkse meerdaagse Duitse Genealogentag was dit jaar in Erlangen, in Franken, het noorden van de deelstaat Beieren. Thema was 'Genealogie und Migration in wechselnder Heimat'. De terugreis naar Nederland per trein bood de ideale gelegenheid om terug te kijken. Geen gratis wifi, of zoals de Duitsers zeggen W-lan, in de trein. Alleen betaalde hotspots, het monopolie van t-Mobile.  Tot de Nederlandse grens niet de verlokkingen van internet en e-mail dus.

Organisator was de Genealogischer Kreis Siemens Erlangen. Een bedrijfsvereniging voor genealogie.  Zoals in Nederland Prometheus van de Technische Universiteit Delft of in Frankrijk en Duitsland genealogische verenigingen voor spoorwegpersoneel.


Erlangen, Hugenottenkirche


Erlangen


Erlangen is Siemens, zoals Eindhoven Philips is. De stad groeide dankzij Siemens na de Tweede Wereldoorlog van 20.000 naar 100.000 inwoners. De nieuwkomers kwamen van steeds verder weg, de regio, heel Duitsland, Zuid-Europa en Turkije. De Universiteit van Erlangen versterkte dat internationale karakter.

In de zeventiende eeuw kende de stad Erlangen ook een periode van instroom, met de komst van een groep Hugenoten. Ze vonden er een veilige plek. Franse familienamen herinneren hieraan. In de hoofdstraat prijkt bijvoorbeeld  in grote letters de naam Mengin boven een schoenenzaak.

Erlangen  omarmt zijn migratiegeschiedenis in het stadsmotto 'Offen aus Tradition'. Oud burgemeester Hahlweg, de grote promotor van deze slagzin, vertelde tijdens de openingsbijeenkomst hoe lastig het soms is ideaal en werkelijkheid bij elkaar te  brengen bij het inpassen van migranten in hun nieuwe Heimat. De Beierse minister van Binnenlandse Zaken, Joachim Hermann, liet geen misverstand bestaan over de positie van de landsregering: integratie en geen assimilatie, met als eerste voorwaarde een goede beheersing van het Duits. Een bekend geluid.

Zukunft braucht Herkunft

Nog zo'n mooie slagzin uit een van de openingstoespraken, en ik zeg hem graag na: 'Zukunft braucht Herkunft', naar het gelijknamige boek van filosoof Odo Marquard (Stuttgart 2003). Genealogie is ook in Duitsland populair. Volgens een recent onderzoek (Allensbach) wil 50% van de Duitsers boven de 16 jaar meer weten over zijn herkomst en heeft 40% wel eens hiernaar geïnformeerd in de familie, of zelf onderzoek gedaan.

Die populariteit vertaalt zich niet naar de deelname aan de Deutscher Genealogentag. Tendens daarin is de afgelopen jaren: minder deelnemers, minder exposanten, vergrijzing, regionalisering. Dit jaar schreven ruim 250 deelnemers zich in. Voor mij persoonlijk boden het programma en de deelnemers voldoende aanleiding om de reis naar Erlangen te maken. En bovendien kon ik het congres Maastricht 2012 promoten, onder potentiele deelnemers aan het congres en mogelijke exposanten tijdens het Famillement, de familiegeschiedenisdag op woensdag in de Maastrichtse congresweek. Die genealogische en heraldische manifestatie is open voor iedere geïnteresseerde. Het zou natuurlijk mooi zijn als  de vele Nederlanders met Duitse voorouders hier hun vragen kunnen stellen aan de specialisten. Dat leverde al een aantal hele en halve toezeggingen op, waaronder van CompGen, de Verein fur Computergenealogie, de grootste Duitse genealogische vereniging. Missie geslaagd wat dat betreft.

Nederlandse bijdrage

Binnen het thema 'Genealogie und Migration in wechselnder Heimat', was er een aanbod van zo'n veertig lezingen. Daaronder ook twee met een Nederlandse tint. Jos Kaldenbach, actief in Nederlandse Genealogische Vereniging en de Werkgroep Genealogisch Onderzoek Duitsland, sprak over Duitsers in de Verenigde Oostindische Compagnie. Hij had een mooi voorbeeld van een VOC-dienaar uit Erlangen die met meer dan vierduizend gulden naar zijn Heimat terugkeerde.
Heel persoonlijk was de bijdrage van Rudi van Eldik. Hij vertrok in de jaren vijftig op zesjarige leeftijd met zijn ouders en tweelingbroer naar Zuid-Afrika. Zijn passie voor anorganische biochemie bracht hem over de hele wereld. Uiteindelijk kreeg hij zijn droombaan  aan de Universiteit Erlangen met een leerstoel en een groot team van medewerkers om zich geen. Zijn sensationele jaarlijkse Zaubervorstellungen leverden hem de bijnaam Zauberprofessor (toverprofessor) op. Voor een groot publiek vertoonde hij tijdens een jaarlijkse show met collega's en studenten chemische 'trucs' en leverde zo een bijdrage aan de promotie van zijn vak. Trefwoorden in zijn presentatie waren: passie voor hobby als vak, kansen nemen, juiste mensen ontmoeten, wereldburgerschap.

Regionale thema's

De Genealogentag is elk jaar in een andere regio. Je maakt er kennis met historische onderwerpen die voor die streek of dat Bundesland belangrijk zijn. Zo komt er elk jaar een ander stukje geschiedenis langs.
Een van de genealogische thema's in Franken is 'exulanten', geloofsvluchtelingen. In Frankische context zijn dat protestanten die in de de zeventiende eeuw Oostenrijk ontvluchtten. Rond 1600 waren er vele protestanten in de Oostenrijkse gebieden. Tijdens de contrareformatie moesten ze Oostenrijk verlaten, soms met harde hand verdreven. Kerken werden afgebrand of opgeblazen. Het is een stukje geschiedenis dat, zo vertelde Pfarrer Karl Heinz Keller tijdens zijn voordracht, in Oostenrijk nu pas weer een plek in de geschiedenisboekjes krijgt. Hij gaf het voorbeeld van een protestantenkerk bij Schloss Trautenfels  waarvan de fundamenten uitgegraven zijn en die nu als symbool van de plaatselijke oecumene wordt gebruikt. In de stands waren meerderde publicaties voorhanden met lijsten van exulanten met biografische gegevens, een genre in de genealogische literatuur daar, naast Familienbücher (gezinsreconstructie op basis van vooral dtb-registers) en Hausbücher (bewoningsgeschiedenis van huizen in een plaats).

Een andere lezing met een aansprekend thema ging over Türkentaufen. Prof. Dr. Hartmut Heller verzamelt informatie over dopen van tijdens de oorlogen tegen het Osmaanse Rijk gevangen genomen Turken. Aan beide zijden maakten men over het algemeen geen krijgsgevangenen. Overwonnen strijders werden op het slagveld meestal alsnog onthoofd. Een enkeling werd meegenomen, als trofee, als arbeidskracht, als koopwaar. Ook vrouwen en kinderen die meereisden met de legers werden zo tot Beutetürken (een term uit de twintigste eeuw overigens). Na verloop van een aantal jaren werden zij in veel gevallen gedoopt. Daar maakte men dan soms een heel spektakel, compleet met podium in de kerk. De dopeling verruilde na de doop een zwart gewaad voor een wit. De moslimnaam ruilde hij in voor een christelijke. Voornamen ontleende men aan de naamheiligen van de doopdag of de doopgetuigen, vaak edelen en patriciërs. Ze kregen een familienaam als Krist of een naam ontleend aan de plaats van herkomst, bijvoorbeeld Ofen (de oude Duitse naam voor Budapest). Heller verzamelde inmiddels ruim 700 van deze Turkendopen.


Toekomst Genealogentag?

Op zondag houdt het DAGV, de koepelorganisatie van genealogische verenigingen, zijn marathonvergadering voor leden. Er was daarnaast nog een enkele lezing en de genealogische markt was gedecimeerd, waarschijnlijk mede dankzij het feit dat er op zondag geen verkoop mocht zijn.

Tijdens de openingstoespraak gaf voorzitter Herbert Stoyan al aan dat de Duitse Genealogentag een omvangrijker publiek zou moeten kunnen trekken. Gezien de belangstelling die er voor familiegeschiedenis is.

Het zou jammer zijn als zo'n landelijk treffen zou verdwijnen. Al was het maar omdat het kader van verenigingen, professionals en bedrijven op de genealogische markt er een plek vinden om elkaar te ontmoeten, bij te leren, uit te wisselen en inspiratie op te doen. Dat werkelijk ontmoeten van mensen laat zich niet gemakkelijk vervangen door de digitale equivalent.Een uitdaging voor de organisatie van komende congressen.


Voor wie er een keer bij wil zijn: volgend jaar is de Deutscher Genealogentag in Augsburg  (31.8-3.9), het jaar daarop in Kiel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen