woensdag 1 juni 2011

46e Nationaal VVF-Congres in Roeselare

Het 46eNationaal Congres van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde (VVF) vond op 21 mei  plaats in het West-Vlaamse Roeselare. Organisator was de VVF-afdeling Roeselare, die dit jaar haar dertigjarig jubileum viert. Ruim tweehonderd genealogen bezochten het fraaie Cultuurcentrum De Spil. Thema van het congres was ‘Genealogie in de toekomst’. 

Stands
Een van de zalen van De Spil was gevuld met stands, ondermeer van de regionale VVF afdelingen. Zij waren aanspreekpunt voor onderzoekers met voorouders in hun regio en de meeste hadden ook bronnenpublicaties in de aanbieding. Daaronder zijn nog maar weinig recente papieren uitgaven en bronnenpublicaties op cd-rom of dvd. Internet lijkt de rol als publicatiemedium helemaal overgenomen te hebben. Daarnaast waren er dit jaar bijvoorbeeld ook weer de vertrouwde stands van antiquarische boekhandel Rob Meijerink (uit Bathmen) met heraldische boeken en uitgeverij Homunculus van Marc Van de Cruys (uit Wijnegem), uitgever van onder andere het kwartaalblad Heraldicum disputationes, met heraldische publicaties.
Er was in het dagprogramma veel ruimte om de stands te bezoeken en mede-genealogen te ontmoeten. Dit sociale samenzijn is een belangrijke functie van zo´n congres:  bekenden treffen, bijpraten, nieuwe kennissen opdoen.

Rijksarchief en digitalisering genealogische basisbronnen

Een andere functie is de uitwisseling van kennis. Daarvoor stond een aantal lezingen op het programma. Algemeen Rijksarchivaris Karel Velle sprak over lopende projecten bij de Belgische Rijksarchiefdienst  op het gebied van de genealogische basisbronnen.  
Het Rijksarchief (de Rijksarchiefdienst) werkt aan de digitalisering van de Belgische parochieregisters (dtb-registers) die het in beheer heeft. De huidige stand van zaken: 17.854 registers zijn gescand (3,7 miljoen bladzijden) en voorzien van metadata (beschrijvingen). Naar aanleiding van geconstateerde lacunes gaat men op onderzoek uit en worden bijvoorbeeld bij gemeentelijke archieven ontbrekende  registers gevonden. Die worden direct beschreven en gedigitaliseerd. De gescande registers zijn via het ‘extranet’ te raadplegen in alle rijksarchieven in de provincie. Dat geldt ook voor de indices op de parochieregisters die in de negentiende eeuw werden gemaakt. De verwachting is dat dit project nog dit jaar afgerond kan worden.
Een ander omvangrijk project is de digitalisering van de burgerlijke stand ouder dan honderd jaar. Daarvoor heeft het Rijksarchief een overeenkomst gesloten met Familysearch (voorheen Genealogical Society of Utah). Zij scannen de 25.000 films (12 miljoen scans) die van de Belgische burgerlijke stand gemaakt zijn door de Mormonen. Daarvoor  gebruiken ze originele zilverfilms die in de nabijheid van Salt Lake City opgeslagen liggen. De helft van de films is inmiddels gedaan. Daarnaast scant Familysearch ook rechtstreeks registers (1870-1900/1910) die nog niet verfilmd waren. Ook deze scans komen beschikbaar via het ‘extranet’ bij de rijksarchieven in de provincie.  De ontsluiting van de Belgische burgerlijke stand gebruikt vanaf 2007 in het project Demogen Visu van het Rijksarchief. Vrijwilligers voeren online de informatie van de akten in. Het Rijksarchief inventariseert op dit moment ook welke gemeenten zelf hun burgerlijke stand hebben laten scannen.
Het Rijksarchief beschikt op dit moment niet over de middelen die nodig zijn om de grote investeringen te doen die noodzakelijk zijn om scans en databases via internet beschikbaar te stellen. De Belgische genealoog zal hier dus de komende jaren voor naar een van de rijksarchieven moeten gaan om daar het extranet te raadplegen.
Wat de openbaarheid van de burgerlijke stand betreft gaf Velle aan dat er in het huidige parlement consensus bestaat over het verruimen hiervan: geboorten na 100 jaar, huwelijken en overlijdens na 50 jaar.Een nieuwe regering kan dit mogelijk maken.
Na Velle kwamen vertegenwoordigers van enkele stamboomprogramma´s aan het woord om een introductie te geven over hun software: Johan Mulderij van ProGen, Lucien Lefevere van Stam en Harry Goegebuur van TMG (The Master Genealogist, Amerikaans programma met Nederlandse taalmodule).

DNA-projecten

Tijdens het middagprogramma schetste Marc Van den Cloot de stand van zaken wat betreft DNA-projecten van VVF en Familiekunde Vlaanderen, de koepelorganisatie van genealogische verenigingen. Na het DNA project Oud Hertogdom Brabant (2009) volgde een tweede project dat zich richt op de rest van België (2010).  De projecten onderzoeken het Y-DNA en kijken daarbij tot welke haplogroep de deelnemers behoren en naar onderlinge genetische verwantschap tussen deelnemers. Aan de beide projecten samen deden 881 personen mee. Wallonië is daarin ondervertegenwoordigd. Van de twintig wereldwijd bekende hoofdhaplogroepen zijn er tien teruggevonden  in het onderzoek. Het grootste deel (ruim zestig procent) behoort - als veel andere West-Europeanen - tot haplogroep R1b. Aan de andere kant van het spectrum staat één persoon die hoort tot groep A, de oudste groep in Afrika. Uiterlijk valt aan deze Belg niet te zien dat hij tot deze Afrikaans haplogroep behoort. De resultaten van het tweede project worden gepubliceerd in het boek DNA België dat in juli verschijnt. (zie www.brabant-dna.org)
Er zijn drie nieuwe projecten in voorbereiding: een open project, waar iedere man zich voor kan inschrijven (kosten 140 euro, stamreeks tot 1800 in te leveren), een regioproject in het Kempisch/Noord-Brabantse grensgebied, en mogelijk een project met de Nederlandse Genealogische Vereniging (uitgebreid Nederland project).  

Een mooie toekomst voor onze voorouders
In mijn lezing over heden en toekomst van de genealogie schetste ik de grote belangstelling die er voor geschiedenis en in het bijzonder familiegeschiedenis is, de samenstelling van het genealogische publiek, drijfveren om onderzoek te doen.  Dat zijn onder meer belangstelling voor geschiedenis in het algemeen, geschiedenis vanuit het perspectief van voorouders, plezier in het zoeken en vinden, identiteit. 

Kijkend met een zekere afstand naar de familiegeschiedenis nu, dan zou je kunnen spreken van een personalisering van het verleden: familiegeschiedenis als reactie op individualisering en tegelijkertijd als vormgeving ervan.
Die grote belangstelling voor familiegeschiedenis wordt gevoed door twee revoluties, de biologische (DNA) en vooral de digitale revolutie. De laatste heeft familiegeschiedenis  tot een continu-bedrijf gemaakt. Die digitale revolutie zal verder vorm geven aan de familiegeschiedenis.  Consumenten en aanbieders van genealogische informatie zullen gebruik blijven maken van de nieuwste technische mogelijkheden, trends en snufjes. Maar daarnaast blijft er de behoefte om mensen ook in werkelijkheid te ontmoeten.

Bij de afsluiting van het congres kregen de burgemeester en cultuurschepen van Roeselare hun kwartierstaat ingelijst overhandigd. Zij bekeken de informatie over hun voorouders  met veel belangstelling, vergeleken onderling hun kwartieren, de herkomst, de beroepen.Een mooie afsluiting van een inspirerend en goed georganiseerd congres.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen