dinsdag 3 januari 2012

Genealogie, herkomst meest gebruikte nummeringssysteem

(Numbering a genealogy, origin of the predominant Dutch system. 
English summary at the bottom)

Bij de publicatie van een genealogie in lijstvorm gebruiken we in ons land meestal een nummeringssysteem met Romeinse cijfers en kleine letters uit het alfabet. Een gezinshoofd met kinderen krijgt een Romeins cijfer, dat de generatie aanduidt (I, II, III, enz). Zijn er binnen één generatie meer gezinshoofden dan krijgen zij ter onderscheiding een letter uit het alfabet, oplopend van a naar z (IVa, IVb, IVc, enz.). Dit systeem is ons zo vertrouwd, we zien het in zoveel genealogische tijdschriften en boeken terug, dat we misschien zouden denken dat het 'al eeuwen' bestaat en dat het ook in andere landen zo gebruikt wordt. Toch kwam het in Nederland pas zeventig jaar geleden in zwang. En in andere landen hebben andere systemen soms de voorkeur. Slaat een Nederlander die vertrouwd is met ons systeem bijvoorbeeld voor het eerst een Amerikaans genealogisch tijdschrift open dan zal het even duren voordat hij het daarin gebruikte systeem doorgrondt.Die zijn veelal ingericht volgens het Register System of het Record System.

Om er achter te komen hoe lang dit overheersende systeem in ons land in gebruik is bladeren we - teruggaand in de tijd - door verschillende series genealogische periodieken: het Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie (1948-), Gens Nostra (1946-), Nederland´s Patriciaat (1910-), Nederland´s Adelsboek (1903-) en de Nederlandsche Leeuw (1883-). Ze gebruiken tegenwoordig allemaal dit systeem.
Uit het onderzoekje blijkt dat het voor het eerst is toegepast in Nederland´s Patriciaat jaargang 1941, verschenen in december 1940. In het voorwoord verantwoordt de uitgever deze nieuwigheid. De nummering is veranderd: 'De gezinshoofden van één generatie voeren hetzelfde Romeinsche cijfer, maar worden thans onderscheiden door bijvoeging van letters in alfabetische volgorde'. Het doel van de aanpassing was duidelijk een verbetering van structuur en vindbaarheid. Daarin paste ook het vooruitwijzen en terugverwijzen met paginacijfers. En waar nodig voegde de redactie een overzichtsschema toe, zoals bij de familie Lieftinck. Dat laat goed zien hoe het nieuwe systeem werkte. De genealogie werd daarbij tak voor tak uitgewerkt: na Xb volgde XIa, XIIa, XIIIa, XIVa, XIIIb, XIVb, XVa, XVb, enzovoort, tot men uiteindelijk uitkwam bij XIVg. Ieder gezinshoofd had dus een unieke combinatie van een Romeins cijfer en een letter uit het alfabet.  

Schema Lieftinck uit Nederland's Patriciaat 1941

In de voorafgaande jaargang had men nog het systeem gebruikt dat toen domineerde in genealogische publicaties. Dit hanteerde ook de Romeinse generatienummering. Maar dat was de enige overeenkomst. Als er binnen één gezin meer zoons waren met nageslacht, die later met hun gezin 'volgden' in de tekst, dan kregen zij vanaf de tweede zoon een oplopend Latijns telbijwoord: bis, ter, quater, quinquies, sexies, enzovoort. Binnen een volgend gezin met meer dan één zoon met nageslacht begon men opnieuw met nummeren. Gevolg hiervan was dat er binnen één generatie meer personen met dezelfde combinatie Romeins cijfer / telbijwoord konden zijn. Dat wordt duidelijk wanneer we het 'oude' systeem projecteren op bovenstaand schema. Er zijn dan bijvoorbeeld drie gezinshoofden Xbis: 


Schema Lieftinck oud nummering systeem
Het 'systeem NP' veroverde langzamerhand de Nederlandse genealogische seriewerken. In het Jaarboek van het CBG en Gens Nostra gebruikt men vanaf het begin overwegend het systeem-NP. De Nederlandsche Leeuw gebruikt in jaargang 1964 voor het laatst de 'Romeins bis/ter-nummering' (zie bijvoorbeeld kolom 280-281). Als laatste van de genoemde periodieken laat Nederland's Adelsboek in 1974 de klassieke nummering varen en schakelt het over op 'systeem NP'.
Waar kwam het 'systeem NP' vandaan? Het is heel goed mogelijk dat de redactie van Nederland's Patricaat zich heeft laten inspireren door zijn Duitse tegenhanger (en voorbeeld), het Deutsches Geschlechterbuch, Handbuch Bürgerlicher Familien, kortweg DGB genoemd. Daarin zien we dit systeem al in 1896 gebruikt worden. In 1941, het jaar waarin Nederland´s Patriciaat overstapt op het nieuwe systeem verschijnt deel 111 van het DGB, met bijvoorbeeld de volgende genealogische schema´s bij een van de gepubliceerde families.
Schema's uit Deutsches Geschlechterbuch 1941
Nummering (A) en benaming takken (B)
Het ´systeem NP´ is niet optimaal. Het is soms lastig je weg te vinden in een genealogie die volgens dit systeem is ingericht. In de loop der tijd bedachten Nederlandse genealogen alternatieven voor het ´systeem NP´. Verschillende daarvan zijn gebaseerd op cijfercombinaties, waarbij aan elke generatie een cijfer wordt toegevoegd. Zo stelde F. Nawijn in 1948 in het Nederlandsch Archief voor Genealogie en Heraldiek (bladzijde 229-230) een systeem met Arabische cijfers voor, dat duidelijk wordt uit het volgende voorbeeldschema dat hij daarbij publiceerde:

Voorstel nummeringssysteem Nawijn (1948)

Met het systeem Nawijn is het gemakkelijk je weg ´op en neer´ te vinden in een genealogie of te zien wie van één bepaalde persoon afstammen. Ze beginnen met dezelfde cijfercombinatie. Er ontstaat een probleem bij meer dan negen zoons met nageslacht, wat overigens niet zo vaak voor zal komen. Maar er is een groter nadeel. Naarmate er meer generaties zijn in een genealogie wordt het systeem moeilijker hanteerbaar. Er ontstaan lange cijfercombinaties die lastig te hanteren zijn als wegwijzer.
Ondanks pogingen om andere systemen te introduceren bleef het systeem NP het meest gebruikte in Nederland. Je kunt het vergelijken met een nationaal systeem van bewegwijzering. Je raakt er mee vertrouwd als je een poosje auto rijdt. Dat merk je wanneer je de grens over gaat en aan het systeem in een ander land moet wennen.
In digitaal gepubliceerde genealogieën is het vasthouden aan een bestaand en bekend nummeringssysteem minder van belang. Als de digitale publicatie hyperlinks bevat manoeuvreer je gemakkelijk door een genealogie, welk nummeringssysteem je ook gebruikt. 
Wie dat 'op de wijze van' het systeem NP wil doen moet - als hij Aldfaer gebruikt - maar eens een tekstrapport van een genealogie in CBG-stijl uitdraaien. Het is alsof de familie in het 'blauwe boekje' of  het 'rode boekje', in Nederland's Patricaat of Nederland's Adelsboek, is gepubliceerd

   

English summary
Nowadays the predominant numbering system for printed genealogies in Dutch genealogy uses a combination of a Roman number with a lower case letter of the alfabet. Every head of a household in a genealogy has a Roman number followed by a letter: IVa, IVb, IVc etcetera. When we study the numbering systems used by different Dutch periodicals, going back in time, we see that this system was first used by Nederland´s Patriciaat in yearbook 1941 of this series, possibly inspired by the German Deutsches Geschlechterbuch. In that period a system using a Roman numeral, combined with an adverb of number was predominant. For instance, the first son with offspring of someone in generation VIII got the number IX, his younger brothers subsequently IXbis, IXter, IXquater, IXquinquies, etcetera. Other periodicals followed the new system used by Nederland's Patricaat, and after the sixties of the twentieth century it was predominant in the Netherlands.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen