dinsdag 6 oktober 2015

67. Deutscher Genealogentag, 2-4 oktober 2015, Gotha


De stad Gotha is de navel van de genealogische wereld, zo betoogde Oberbürgermeister Knut Kreuch in zijn openingstoespraak voor de 67e Deutscher Genealogentag. Voor drie dagen had de burgemeester binnen de grenzen van Duitsland gelijk. De Deutscher Arbeitsgemeinschaft genealogischer Verbände (DAGV) hield er van 2 tot 4 oktober zijn jaarlijkse Deutscher Genealogentag. In dit blog wat indrukken van deze manifestatie.




Gotha adelt
Burgemeester Kreuch, zelf een enthousiast 'Hobbygenealoge' bracht tijdens de openingsavond in rap tempo en op een cabareteske manier een fraai staaltje city marketing. De stad gebruikt ´Gotha adelt´ om zich te verkopen, een slogan waar zij een nationale marketingprijs mee won. Het koppelt het imago van de stad aan de Almanach de Gotha, waarin bijna twee eeuwen lang adellijke geslachten werden opgetekend, en daarnaast aan de adelsgeschiedenis van de stad zelf.
Het oude stadscentrum wordt gedomineerd door slot Friedenstein, het grootste vroeg-barokke kasteelcomplex van Europa. Dit werd gebouwd onder hertog Ernst 'der Fromme' van Saksen-Gotha (1601-1675), ook wel 'de Opa van Europa' genoemd. De stad gaat er prat op dat alle tegenwoordig regerende Europese vorstenhuizen Ernst als voorvader hebben (en vele niet meer regerende). In de stadswinkel 'Gotha adelt' op de markt zijn, op een van de wanden, de afstammingsreeksen van de regerende vorsten, inclusief Willem-Alexander getekend, voorzien van portretten.

Gezicht op Gotha vanaf slot Friedenstein (foto van de auteur)
Gotha ligt in voormalig Oost-Duitsland en heeft na de vereniging van de beide Duitslanden in 1990 een enorme opknapbeurt ondergaan. De grauwe Oost-Duitse stad heeft in vijfentwintig jaar zijn kleur terug gekregen. De renaissance- en barokgevels in de binnenstad zijn met fraaie pastel- en aardetinten beschilderd.


Goed bezochte Genealogentag
De 67e editie van de Deutscher Genealogentag werd goed bezocht. Aan het eind van het weekend telde de organisatie ruim 400 betalende bezoekers. Daarnaast bezochten enkele honderden geïnteresseerden de gratis kramenmarkt in de 'Orangerie', onderdeel van het slotcomplex Friedenstein. De bekende commerciële partijen en verenigingen waren vertegenwoordigd, met zoals gebruikelijk wat meer vertegenwoordigers uit de regio van de congresplaats.  In de Orangerie en op twee lokaties dicht daarbij werden de lezingen gehouden. Nieuw was dat men een 'gastland' had: Zweden. Om hier vorm aan te geven was er een enkele lezing over Zweedse genealogie in het Duits of Engels en een enkele lezing over Duitse genealogie in het Zweeds of Engels, maar een Zweedse stand ontbrak op de kramenmarkt.

De Orangerie (foto van de auteur)

Vijfentwintig jaar Duitse eenheid en de genealogie
De zaterdag van het congres viel samen met de viering van vijfentwintig jaar Duitse eenheid. In Gotha zelf was daar niet veel van te merken, behalve dan dat de winkels gesloten waren. Er waren geen optochten of grote festiviteiten.
Met het wegvallen van de grenzen konden genealogen ongehinderd door Duitsland gaan reizen. Voor de vereniging van de beide Duitslanden kregen Oost-Duitsers slechts toestemming om naar het westen te reizen als ze gepensioneerd waren, zo vertelt Andreas Rösler me bij de stand van de Arbeitsgemeinschaft ostdeutscher Familienforscher. Na de Wiedervereinigung vielen deze belemmeringen weg. En het werd in de loop van de vijfentwintig jaar eenheid ook gemakkelijker om in de voormalige Duitse gebieden in Oost-Europa onderzoek te doen. Dat heeft te maken met het feit dat Duitsland in het eenheidsverdrag van 1990 afstand deed van gebiedsaanspraken buiten de grenzen die toen weren vastgesteld. Men hoefde in Polen niet bang te zijn dat een Duitser, die genealogisch onderzoek kwam doen, uit was op het terugkrijgen van de rechten van zijn voorouders. Rösler ziet de laatste jaren in Oost-Europa zelfs enige belangstelling ontstaan voor de Duitse periode van de lokale en regionale geschiedenis.

Onderweg in Gotha, Trabant van voor de Wiedervereinigung: 'Atme tief, die Luft ist Selten' (foto van de auteur) 

Duitse eenheid en genealogisch versplintering 
Gesprekken met Rösler en andere Duitse genealogen maken wel duidelijk dat er weliswaar Duitse eenheid is, maar dat genealogisch onderzoek nog steeds moeizaam is, door de grote decentralisatie van bronnen. Genealogische basisbronnen liggen bij overheidsarchieven of kerkelijke archieven, lokaal, regionaal, (bundes)landelijk. Een deel van deze basisbronnen is verfilmd, een deel niet en moet nog als origineel worden geraadpleegd. Die originelen worden daarom 'gekoesterd' door de beheerder. Beperkte openingstijden en geringe aantallen leesapparaten leiden tot lange wachttijden. Berucht is het archief in Dresden waar de protestante kerkeboeken voor heel Saksen op microfilm ingezien kunnen worden: er is een handvol apparaten en wachttijden kunnen oplopen tot drie maanden.
Het 'Kirchenpuchportal' Archion, waar Duitse genealogen hun hoop op gevestigd hadden (zie mijn verslag van de 66e Genalogentag in Kassel), lijkt niet goed van de grond te komen, zo hoor ik van de genealogen die het gebruiken. Het platform ging 20 maart 2015 live. Verschillende instellingen die deel zouden nemen haakten af, deels vanwege de kosten, deels om een eigen website te beginnen. Het aanbod aan bronnen is beperkt en de kosten voor de gebruiker zijn hoog. Om een indruk te geven: voor een jaarpas betaalt een amateur-onderzoeker 178,80 euro, een professional 599 euro. Daarbij mopperen genealogen over de gebruiksonvriendelijkheid van de website.
Voor Duitse genealogen die over de grens kijken is het frustrerend om te zien dat in de omringende landen juist steeds meer basisbronnen beschikbaar komen, niet alleen databases, maar ook scans van de originelen.

Oostenrijk digitaliseert in hoog tempo
Ook in Oostenrijk gaan de digitale ontwikkelingen snel. In Oostenrijk werd de door de overheid zelf bijgehouden burgerlijke stand in 1938 ingevoerd, na de Anschluss bij Duitsland. Tot die tijd verzorgde de kerk de officiële registratie van doop, huwelijk en overlijden, hiertoe verplicht in 1784. Deze dtb-registers uit de periode 1784-1938 noemt men de 'Matriken'. Ze zijn openbaar na honderd jaar. De dtb-registers van voor 1784 noemt men 'Altmatriken' of 'Kirchliche Matriken'. Deze basisbronnen komen ondermeer als scans online via matricula-online.eu. Indexen zijn bijvoorbeeld bij GenTeam te vinden. Vertegenwoordigers van beide producten hadden in Gotha een stand.
Beroepsgenealoog Thomas Scheuringer, die ik sprak bij de stand van het Verband deutschsprachiger Berufsgenealogen neemt waar dat de groeiende digitale beschikbaarheid van bronnen de belangstelling voor genealogie mee aanwakkert in Oostenrijk. Hij ziet dit ook bij de belangstelling voor de cursussen die hij geeft en de 'Stammtische' waaraan hij deelneemt, uitwisseling tussen onderzoekers. Wat hem daarbij opvalt is dat de laatste jaren meer jongeren op zijn cursussen komen en met onderzoek bezig zijn. In Oostenrijk is er daarbij een sterke verbinding met de Haus- und Hofgeschichte, en lokale geschiedenis. Hij verklaart dit - zoals vaker gebeurt - als een reactie op de globalisering. Onderzoek draagt bij aan de identiteit, worteling in de geschiedenis van familie en plaats.

Lezing over Die Spur der Ahnen (foto van de auteur)
 
Die Spur der Ahnen
In Duitsland zijn er tenminste twee televisieprogramma's die zich met familiegeschiedenis bezighouden. De Westdeutscher Rundfunk (WDR) heeft Vorfahren gesucht, dat net als het Nederlandse Verborgen verleden de formule van Who Do You Think You Are gebruikt. Daarnaast is er het populaire Die Spur der Ahnen van de Mitteldeutscher Rundfunk (MDR), met als ondertitel 'elke familie heeft een geheim'. Het wordt op prime time uitgezonden.
De makers legden tijdens de Genealogentag de opzet van het programma uit. Er zijn drie lagen in elke aflevering: er is een stukje 'geschiedenis uit het geschiedenisboek', een familiegeschiedenisvraag die gaandeweg de uitzending van 30 minuten wordt beantwoord en een Moderator, de verteller die de twee eerste onderdelen verbindt. Het heeft de vorm van een gedramatiseerde documentaire, met korte sketches waarin delen van het verhaal nagespeeld worden. De serie beperkt zich tot de twintigste eeuw en daarbij moet er voldoende beeldmateriaal voorhanden zijn om het verhaal te kunnen vertellen. Niet verwonderlijk dat veel van de uitzendingen spelen rondom de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Is deze formule van een 'genealogisch Spoorloos' iets voor een van de Nederlandse omroepen? 


Succesvolle aflevering Genealogentag
Al met al was deze Genealogentag een succes, mede dankzij de goede promotie, de mooie lokatie en het prachtige weer. Vergeleken met eerdere jaargangen leek het erop dat er wat meer jongeren waren dan anders: veertigers, dertigers en een enkele twintiger. Dat biedt hoop voor het voortbestaan van dit nuttige 'Genealogentreffen'.



Volgende Deutscher Genealogentag
De Deutscher Genealogentag 2016 wordt georganiseerd door de Interessengemeinschaft Ahnenforscher Ländle (IGAL) en gehouden van 30 september tot 2 oktober 2016 in het Oostenrijkse  Bregenz aan de Bodensee (meer informatie op de website van IGAL).

zaterdag 14 februari 2015

Rootstech en FGS: vrijdag Genealogy Road Show


Keynote speakers vandaag waren Laura Bush, echtgenote van president George Bush junior, en haar dochter Jenna Hagen. De achtduizend stoelen waren allemaal bezet. Laura hield een mooie redevoering over wat familie voor haar betekent, persoonlijk en met humor. Daarna volgde een 'fire side chat' met haar dochter. 'Familie gaat voor alles' was het centrale thema.

De rest van de dag bracht ik in en om de Genealogy Road Show door, de genealogische markt met 170 stands.

FamilySearch
Organisator FamilySearch neemt een groot aantal vierkante meters voor zijn rekening. Ze hebben dan ook veel te vertellen, te laten zien. Ik probeerde twee nieuwe telefoon apps uit, FamilySearch Tree en FamilySearch Memories. Beide zijn gekoppeld aan het online stamboomprogramma van FamilySearch.
Vervolgens probeerde ik het nieuwe indexeerprogramma uit dat eind van dit jaar beschikbaar komt. Je hoeft het programma niet meer te downloaden. Het is volledig webbased. FamilySearch heeft het indexeren van geboorteregisters van Leiden en Amsterdam op de rol staan. Ik probeerde een akte van Leiden uit, de akte van een kind van Vincent Fakkel. De invoer verliep soepel. Zoals te verwachten was ontbreekt een veld voor het voorvoegsel van een familienaam. Dat moet in het achternaamveld ingevoerd worden.

FamilySearch werkt met een enorm aantal vrijwilligers, wereldwijd 312.000. Ze indiceerden in 2014 160 miljoen akten. Daarnaast worden in rap tempo de miljoenen films gedigitaliseerd en staan in 50 landen 300 camera's te scannen. Het is de verwachting dat het nog vier jaar zal duren voor alle microfilms gescand zijn.

Andere nieuwe ontwikkelingen die werden gepresenteerd waren 'Record Hints'  en 'Family Attach' . Net als andere grote aanbieders van online stamboomprogramma's heeft Family Tree van FamilySearch nu ook de mogelijkheid om suggesties te geven voor bronnen die bij een bepaalde persoon in een stamboom zouden kunnen horen. Het is aan de gebruiker om te bepalen of er inderdaad een match is. Hij kan vervolgens via 'Attach' ook andere personen in de akte (bijvoorbeeld de ouders in een geboorteakte) toevoegen aan een stamboom. Ook hierbij is voorzichtigheid geboden.      

Museum of Me
In de expohal stonden ook verschillende elementen van het Museum of Me opgesteld, het Family History Discovery Center waarover ik gisteren berichtte.
De meeste activiteiten moeten gecombineerd worden met een stamboom op de FamilySearch website, met personen in die stamboom. Op basis van je stamboom in FamilySearch krijg je een beeld van de spreiding van je voornaam en familienaam (in de VS) en het migratiepatroon vn je voorouders. Daaarnaast waren er cabines waarin je een familielid kon bellen om een verhaal op te nemen, of een videointerview met jezelf af te nemen. Er was de mogelijkheid een digitale selfie in historisch kostuum te maken, met je hoofd in een oude foto gemonteerd. Met  de verschillende onderdelen werd ruim geexperimenteerd door de bezoekers. Alleen bij de cabines was het wat rustig.

Enkele highlights van de Genealogy Road Show  
Veel stands hadden iets met software, computers, of andere hardware (bijvoorbeeld handscanners) of databases te maken. 'Papier' is van ondergeschikt belang geworden: er waren enkele producenten van familieboeken, enkele uitgevers van educatieve boeken, maar opvallend genoeg geen genealogische tijdschriften. Een enkele vereniging had een stand, waaronder die van de New England Historic Genealogical Society het meest in het oog sprong. Die vereniging timmert goed aan de weg, zowel met zijn uitgaven als met de website American Ancestors.
    
Enkele opvallende exposanten:

Mindmaps for Genealogy (www.RonArons.com) software die het principe van mindmapping toepast om genealogische informatie te rangschikken en analyseren. Een van de voorbeelden van software ter ondersteuning van genealogisch onderzoek.

Elijahtree (www.elijahtree.org). Een van de voorbeelden van stands me ' handcraft'  gerelateerd aan genealogisch onderzoek. Prachtig gecalligrafeerde stambomen, waarbij de geschreven namen de lijnen van de contouren van de boom vormen.

Family.Me, een van de nieuwe online stamboomprogramma's (www.family.me). Ontwikkelaar Harrison Tang werkte twee jaar aan het programma. Het is een sociaal netwerk programma voor de familie, een soort Facebook voor de genealogie (met een  koppeling naar sociale media, waaronder Facebook).

History lines (www.historylines.com). Verhalen vertellen en vastleggen komt regelmatig terug in de producten op de beurs. Dit is het programma van een van de semifinalisten van de wedstrijd voor ontwikkelaars. Nadat je de levensfeiten van een voorouder hebt ingevoerd krijg je informatie over historische feiten die tijdens zijn/haar leven optraden, een stukje historische context, die je kunt gebruiken om een levensverhaal te schrijven. In de betaversie zijn het nog wereldfeiten en landelijke gebeurtenissen (in de VS). Als het programma aanslaat willen de ontwikkelaars de achergrondinformatie verder uitbouwen, ot op het lokale niveau.  

Morgenochtend ga ik nog naar de laatste keynote, volg nog een enkele lezing, neem afscheid van de bekenden en ga dan weer op weg naar huis, met een tas vol informatie en een hoofd vol indrukken. Een week die veel inspiratie heeft opgeleverd.


vrijdag 13 februari 2015

Rootstech en FGS: donderdag opening Rootstech


Duizenden stoeltjes stonden vanmorgen klaar voor de opening van Rootstech. Om half negen was elke plaats bezet en ging het los. Als gebruikelijk was de hal weer voorzien van grote schermen, het podium perfect uitgelicht, er was een enthousiaste speaker, kortom een mooie show, gecombineerd met veel inhoud, goede keynote speakers.

Partnerships laten duizend bloemen bloeien
Dennis Brimhall, managing director van Familysearch, kondigde nieuwe recordcijfers aan: 22.000 geregegistreerde deelnemers en 170 stands in de Genealogy Road Show. Hij bedankte de partners waarmee Familysearch samenwerkt om bronnen online beschikbaar te krijgen, door scannen en indexeren. Met Ancestry doen ze bijvoorbeeld een Mexico project. Met het groeiende aantal Mexicanen in 'diaspora' neemt ook de belangstelling voor Mexicaanse roots en bronnen toe. De Mormonen microfilmden in de jaren vijftig van de vorige eeuw 80 miljoen akten van de burgerlijke stand van Mexico. Ze komen dit jaar online. Familysearch deed het scanwerk, Ancestry het indexeren.

Partnerschap is een sleutelwoord bij de verdere groei van online beschikbare bronnen. Familysearch en de commerciële partijen werken hierbij in verschillende combinaties samen, ook met de instellingen waar de originele bronnen liggen. Ook in Nederland krijgen we hiermee te maken. Zo is het Erfgoed Leiden in gesprek met Familysearch en een van de commerciële wereldspelers om het negentiende-eeuwse notariële archief online te brengen. Andere Nederlandse archieven zijn geïnteresseerd in het samenwerkingsmodel en zullen volgen. Het is te verwachten dat ook andere commerciële spelers de Nederlandse genealogische markt zullen betreden. Zo krijgen archieven de gelegenheid materiaal online te brengen waar ze zelf niet de middelen voor hebben. De bronnen zullen naar verwachting niet direct bij de archiefdiensten online beschikbaar komen, de commerciële partners moeten hun investering er eerst uithalen. Maar op termijn kan de genealoog de bronnen op de website van het betreffende archief terug vinden. Een mooie win-win situatie.

Family Discovery Center
Brimhall vertelde ook over het nieuwe concept van het Family Discovery Center. Het eerste werd gisteren geopend in de Joseph Smith Memorial Building. Met een iPad in de hand loop je door dit 'Museum of Me' en kan je verschillende activiteiten doen die jouw persoonlijke geschiedenis visualiseren, zoals een video opname met een aantal standaardvragen, historische informatie gecombineerd met je tijdlijn bekijken, een wereldkaart gecombineerd met je kwartierstaat (die dan wel in het stamboomprogramma van Familysearch moet zitten), een selfie maken die geprojecteerd wordt in de klederdracht van het land van herkomst enzovoort. Het concept wordt nu verder uitgerold. Er bestaan concrete plannen voor Philadelphia, Seattle en Londen.

Tan Le
Elke keynote speaker had wel een persoonlijke noot, een stukje van de eigen familiegeschiedenis in zijn presentatie. Onderneemster Tan Le, CEO van Emotiv (apparaten om hersenactiviteit te meten) vertelde het indringende verhaal van haar vlucht per boot uit Vietnam, met haar oma, moeder en zus. Vader bleef achter en zat tien jaar in de Vietnamese gevangenis. De drie generaties vrouwen moesten onder moeilijke omstandigheden hun leven oppakken in een vluchtelingenkamp in Australië. Het weten waar zij vandaan komt en wat anderen voor haar opgeofferd hebben is een enorme drive om succesvol te zijn.

Genealogy Road Show
Na de openingssessie maakte ik een eerste rondje over de Genealogy Road Show en kwam daar een aantal Europese bekenden tegen. Het Belgische Histoires de Familles heeft er een stand (onderzoek in Benelux) net als het Duitse Pro-Heraldika met zijn Amerikaanse dochteronderneming. Het Franse Geneanet is ook vertegenwoordigd (volgend jaar misschien met een stand) en vanuit Nederland waren er Cor de Graaf en Walter Hasselo van Erfgoed Leiden. Cor en Walter hadden een primeur, als eerste Nederlanders met een presentatie op Rootstech: 'Genealogists 3.0: Adding Emotion to Your Research', over de grotere variatie aan bronnen die online komt en die je kunt combineren met je familiegeschiedenis (naast papieren bronnen bijvoorbeeld ook archeologische en museumobjecten).

Een interessante nieuwkomer waar ik mee in gesprek raakte is RootsBid. Dit bedrijf biedt een online markt waar je genealogisch onderzoek koopt. Je formuleert je onderzoeksvraag, zet hem online en onderzoekers kunnen er op bieden. Als je een bepaald bod accepteert betaalt de bieder tien procent van het bedrag voor de bemiddeling aan  RootsBid (RootsBid.com). Ben benieuwd of dit concept gaat werken.

Morgen een volgende ronde over de genealogische markt.


donderdag 12 februari 2015

Rootstech en FGS: woensdag, opening FGS en Innovator Summit


Vandaag was de openingsdag van het congres van de Federation of Genealogical Societies en de eerste en belangrijkste dag van de Innovator Summit.

DeJong's Tours
De ochtend begon met een leuke ontmoeting in mijn hotel. Je komt Nederlanders en hun afstammelingen over de hele wereld tegen. Dat werd vanmorgen maar weer eens bevestigd toen ik mijn hotelkamer uitstapte. De gang stond vol met koffers met het label 'DeJong's Tours'. Een Nederlands reisbureau? In de ontbijtruimte zat een grote groep ouderen, allemaal met een badge met dezelfde naam erop. Ik schoof met het dienblad met mijn ontbijt aan tafel bij een van de groepjes en raakte al snel in gesprek met de reisleider: Jay DeJong. Hij vertrok in 1974 uit de omgeving van Franeker naar Canada, had daar een imkerij die hij inmiddels overdeed aan zijn zoon en organiseert nu busreizen met zijn eigen bus. Hij werd geboren als 'Tjerk', een naam die hij in Canada snel inwisselde voor Jay omdat hij voor Canadezen niet uit te spreken was tot verkeerde associaties leidde. Met zijn reisgroep was hij onderweg naar Texas.

Federation of Genealogical Societies (FGS)
De dag begon met de openingssessie van de FGS, bezocht door zo'n vijfhonderd deelnemers, de meesten afgevaardigden van de leden. De FGS is een vereniging van vooral verenigingen, maar ook archieven en bibliotheken zijn lid, en telt ruim zeshonderd leden. Belangrijkste onderdeel van de opening waren de 'awards', voor verenigingen en personen die zich onderscheiden, die zich verdienstelijk gemaakt hebben. Het is een manier om verenigingen die iets bijzonders doen, bijvoorbeeld een erg goede website hebben, voor het voetlicht te brengen en vrijwilligers die zich op een bijzondere manier inzetten te bedanken. Dat inspireert anderen weer. Dit jaar was er voor het eerst de 'Genealogy Tourism award', om het groeiende economische belang van het genealogische toerisme te onderstrepen.
Tijdens de FGS lunch presenteerde voorzitter Josh Taylor de eerste resultaten van een enquete onder de leden, om te zien hoe het er voor staat. Dat is over het algemeen beter dan uit de enquete van 2013 naar voren kwam. 45% meldde een stabiel ledenaantal, terwijl 38% groeide sinds 2013 en 17% minder leden heeft. Voor de ledenwerving worden verschillende methoden gebruikt, digitaal, papier en 'face to face'. Mond op mond reclame blijkt een belangrijke manier om leden te werven. 
De voorzitter gaf aan dat de verenigingen zich vooral kunnen onderscheiden van de commerciele partijen - en hun kracht kunnen putten uit - het bieden van de 'joy of meeting', van ontmoeting. 
De resultaten van de enquete zijn ook interessant voor Nederlandse genealogische verenigingen. Ze komen binnenkort online op de FGS website.  

Opening innovator summit
De meeste tijd bracht ik vandaaag door bij de Innovator Summit, vooral georganiseerd voor mensen die in de genealogische business actief zijn, en dan in het bijzonder bij productontwikkeling. Op de sprekerslijst dan ook veel mensen van Familysearch en daarnaast van de drie belangrijkste commerciele spelers Ancestry, MyHeritage en FindMyPast. In het kader van de Innovator Summit is een Innovator Chalenge voor nieuwe producten voor de genealogische markt, waarvan vrijdag de winnaar bekend gemaakt wordt.
Uit het aanbod pik ik twee presentaties die mij bijzonder aanspraken. 

Exciting times
Het zijn 'exciting times for the family historian' volgens Scott Sorensen van Ancestry bij de opening van het congres. Hij voorziet de komende jaren in het bijzonder ontwikkeling bij draagbare apparaten (mobile devices), in combinatie met GPS. Verder verwacht hij versnelde technologische ontwikkkeling op het gebied van de leesbaarheid van oude handschriften. Hij vergelijkt de ontwikkeling hiervan met die van de spraaktechnologie, die ook een lange weg aflegde, maar nu een goed niveau heeft bereikt. Ten derde zal de combinatie DNA - familiegeschiedenis nog sterker worden. DNA analyse is de afgelopen jaren steeds goedkoper geworden. Het kost nu nog maar duizend dollar om het hele genoom van een mens te analyseren. In dit verband kondigde hij een nieuw product aan van Ancestry, de 'DNA-circles', dat over ongeveer een half jaar beschikbaar komt. Individuen worden op basis van stukjes DNA die zij gemeenschappelijk hebben in een circelvormig netwerk gezet en met elkaar in contact gebracht. De 'oude genealogie' van verwantschap, die bouwt op bewijsvoering aan de hand van papieren bronnen, is helemaal losgelaten. Ancestry ziet het als zijn grootste innovatie na de 'shaky leaves', hints voor meer informatie over personen in je stamboom.
Innovatie wordt lastiger wanneer een onderneming langer bestaat en groot geworden is (1400 werknemers waarvan 400 software ontwikkelaars). 'Act like a start up' is de slogan, als een startende onderneming, in kleine teams. Daarin volgen ze de filosofie van innovatieprofessor Nathan Furr, die vandaag de keynote speaker was.

Mission impossible? Genealogische workspace in software brengen 
Vier gerenommeerde genealogen pleitten in hun gezamenlijke presentatie om het volledige genealogische onderzoeksproces tot zijn recht te laten komen in genealogische software. Nu wordt er direct van bron naar conclusie gesprongen, zonder dat analyse en correlatie van informatie heeft plaats gevonden. De matching die bijvoorbeeld in stambomen bij Ancestry en MyHeritage plaats vindt, leidt tot het zonder verdere analyse koppelen van personen. Dat werkt - zoals een deelnemer ze noemde - ' junktrees' in de hand. Met name de 'workspace' zou tot zijn recht moeten komen. Nadat zoveel mogelijk informatie verzameld is vindt hierin de analyse plaats. Er worden tijdreeksen gemaakt, bronnen en geografische informatie vergeleken en gewogen. Dat zou een plek in de software moeten krijgen. De sessie eindigde met een pleidooi voor nauwere samenwerking tussen de software ontwikkelaars en de professionele genealogie.   

woensdag 11 februari 2015

Rootstech en FGS: dinsdag Librarians' Day


De dag voor het begin van het FGS congres is traditioneel Librarians' Day, een dag voor bibliotheekmedewerkers. In de Verenigde Staten hebben veel openbare bibliotheken een genealogische collectie, boeken en handschriften.

De dag werd gehouden in het Joseph Smith Memorial Building. Voor zo'n honderd deelnemers was ook hier het centrale thema de digitale revolutie en de gevolgen daarvan, in dit geval voor de bibliotheek en de bibliothecaris.

Nu er zoveel op internet beschikbaar komt, zou je verwachten dat het belang van bibliotheken minder wordt. Maar volgens Curt Witcher, manager van de Allen County Public Library, is niets minder waar: 'these truly are the best times for genealogy librarians'. Zijn openingslezing bevatte ingrediënten die in de andere bijdragen van de dag terugkwamen. Het zijn observaties die we in een iets andere institutionele setting ook op ons land toe kunnen passen.

De populariteit van genealogie is groter dan ooit, verdubbeld tussen 2008 en nu, en zal in 2025 opnieuw verdubbeld zijn (volgens een inmiddels veel geciteerd onderzoek in opdracht van Ancestry). De bibliothecaris moet inzien en accepteren dat die belangstelling veel te maken heeft met beleving: fun en succes, en juist daar op inspelen.

Dat betekent iets voor zijn gebouw, de papieren en digitale collectie, en de bibliothecaris zelf. Bij de inrichting van bibliotheken wordt nog teveel gekeken naar de architectuur boven de functionaliteit. Gesloten bibliotheekbalies zijn niet meer van deze tijd, het zijn de 'altaren', 'forten' en 'mottes' waar de bibliothecaris zich in terug trekt en ze houden zo het publiek op afstand. De ruimtes moeten zo ingericht zijn dat ze uitnodigen  tot  'engagement' van verschillende groepen bezoekers.

Wat de collectie betreft moeten de public libraries lokaler gaan denken, de focus op hun eigen plaats of county zetten. De one liner was hier 'collect locally and link globally'. De bibliothecaris moet daarbij kennis hebben van de eigen collectie en van wat - vooral digitaal - elders te vinden is en hoe je je weg hierin vindt. Hij hoeft niet op elke vraag antwoord te hebben, maar moet wel weten waar je de informatie vindt om de vraag te beantwoorden. Erg belangrijk daarbij is de kennis van het digitale genealogisch domein. Witcher gaf daarbij als tip dat de site van Familysearch veel online informatiebladen van goede kwaliteit bevat over tal van onderzoeksvragen. En inmiddels zijn via deze site ook 200.000 gescande genealogische boeken in te zien. Daarna wees hij op het belang van de wereldbibliotheekcatalogus WorldCat van OCLC, waar je in kunt vinden in welke bibliotheek zich een bepaald boek bevindt.

Van de genealogische  bibliothecaris wordt ook een open en pro-actieve attitude verwacht. Hij stapt zelf op de bezoeker af en staat hem ' schouder aan schouder' bij, in plaats van tegenover elkaar te staan. Hij is in die rol 'information navigator'.

Naast een gemoderniseerd 'service model' kwamen ook de kansen ter sprake die bibliotheken hebben op het gebied van 'cultural heritage tourism' (erfgoed toerisme). De 'cultural heritage leisure market' groeit. Met name vijftig plussers, die relatief veel te besteden hebben, raken geïnteresseerd in de cultuur van de streek of plaats waar de familie vandaan kwamen. Touroperators en plaatselijke VVV's spelen hierop in. Zo'n historische tocht voert langs historische plaatsen, laat de toerist kennis maken met typische streekproducten. Ook hier zijn 'beleving' en 'plezier' sleutelwoorden. De lokale bibliotheek kan samenwerking zoeken met de organisatoren van deze reizen en er de dimensie van het voorouderonderzoek aan toevoegen.

Aan het eind van de dag wandelde ik naar het Salt Palace Convention Center, om daar het materiaal voor de volgende congresdagen op te halen, badge, gids, kaartjes, etc. Het was een drukte van belang. Mijn badge bleek dezelfde grappige vergissing te bevatten als de badge van de Librarian's Day: als herkomstplaats stond aangeduid 'Woerden, UT', de afkorting van de Amerikaanse staat Utah. De provincie Utrecht was Utah geworden en het herkomstland ontbrak. Dat heb ik bij de registratiebalie maar even recht laten zetten, al was het maar voor de congresstatistiek.

Morgen gaat het congres in alle hevigheid los, met de Innovators Summit en de eerste dag van de FGS conferentie. Er valt eigenlijk te veel te kiezen.


dinsdag 10 februari 2015

RootsTech en FGS conferentie 2015: maandag

Deze week ben ik in Salt Lake City in verband met twee genealogische congressen: RootsTech en het FGS congres. Het jaarlijkse RootsTech congres (georganiseerd door Familysearch) vindt voor de vijfde keer plaats. Ik was er eerder in 2012 (en deed verslag in dit blog). Toen kwamen 4.200 deelnemers, vorig jaar 13.000 en dit jaar verwacht men er nog meer, vanwege de samenwerking met het congres van de Federation of Genealogical Societies. Twee congressen in een week dus, en op dezelfde locatie, het Salt Palace Convention Center in Salt Lake City.



Mijn agenda ziet er voor deze week als volgt uit:
Maandag: bezoek aan de Family History Library
Dinsdag: Librarians' Day (in kader FGS conferentie)
Woensdag: Innovators Summit
Woensdag: openingsdag FGS (tot en met zaterdag)
Donderdag: openingsdag RootsTech (tot en met zaterdag)

De congresweek biedt de gelegenheid veel mensen te ontmoeten die een rol spelen in het - steeds meer 'global' wordende - genealogische werkveld, bij te praten, nieuwe ontwikkelingen te zien, inspiratie op te doen.


Family History Library
Op de eerste dag stond ondermeer een bezoek aan de Family History Library van Familysearch op het programma. Het is een soort Centraal Bureau voor Genealogie, maar dan een aantal maten groter, met een wereldwijde collectie. Na 2000 en 2012 bezoek ik voor de derde keer de FHL. De digitale genealogische revolutie heeft zichtbaar impact gehad op deze instelling. De computer verdringt ook hier meer en meer papier en microfilm. Consequentie van het grote digitaliseringsprogramma dat Familysearch uitvoert, het digitaliseren van zijn 4,2 miljoen films.

Afdeling B1 van de Family History Library

Sinds 2012 heeft men veel geïnvesteerd in nieuwe computers met grote beeldschermen. De benedenzaal van de FHl is een computerlokaal geworden. Het is er druk. Veel congresgangers zijn eerder gekomen om een een of meer dagen in de FHL door te brengen.
Op afdeling B1, waar ondermeer de bronnen te vinden zijn van het Europese continent, ontmoette ik Baerbel Johnson en Fritz Juengling. De eerste was tot vorig jaar medewerker van de FHL met Nederland als specialisme in haar 'portefeuille', Fritz volgde haar op. Ze vertellen over het nieuwe service model dat vorig jaar is ingevoerd, tegelijk met een reorganisatie waarbij de helft van het personeel afvloeide. Het publiek wordt bijgestaan door zoekspecialisten, voor het zoeken in databases, en bronnenspecialisten, vertrouwd met het werken met bronnen. Dat zijn vooral vrijwilligers, voor een deel Mormoonse missionarissen. In het kader van een reorganisatie is de helft van het personeel ontslagen. Tegelijkertijd zijn vandaag op afdeling B1 20 vrijwilligers actief, uit een pool van 200. De vaste medewerkers werken deels in de backoffice en zijn oproepbaar via een pager (pieper). De inrichting heeft een meer open karakter gekregen. De gesloten balie is verdwenen.
Fritz en Baerbel bevestigen het beeld dat Nederland ten opzichte van de andere West- en Oost-Europese landen een prettig onderzoeksland is. Het is verhoudingsgewijs gemakkelijk zoeken in Nederland omdat zoveel bronnen en indexen online te vinden zijn.

Zo'n congresweek levert ook altijd onverwachte, spontane ontmoetingen op. Dat overkwam me vandaag bijvoorbeeld in de lift van de FHL. Een Engels echtpaar dat de Britse verdieping bezocht was met elkaar in gesprek toen ik op verdieping B1 instapte. 'We kunnen ook hier nog even naar toe', zei de man tegen zijn vrouw. Die hem antwoordde 'maar ik lees geen Nederlands'. Waarop ik reageerde: 'maar ik wel'. Zo raakten we in gesprek over haar grootmoeder Geertje Cornelissen uit Groningen, waar de moeder Grietje van heette. Allemaal niet uit te spreken namen met die ' harde G'. We oefenden een beetje met de uitspraak. Binnenkort komt ze voor het eerst in Nederland voor een familiereünie.

Om wat van die spontane ontmoetingen uit te lokken zal ik deze week een grote WieWasWie button dragen. Een blik van herkenning, of juist een vragende blik, geeft aanleiding om een praatje aan te knopen.

Voor wie op afstand wat mee wil maken van het congres: een aantal sessies is online live te volgen via www.rootstech.org. De openingssessie is live te zien op donderdag, vanaf 16.30 uur Nederlandse tijd. Daarna is de uitzending nog te zien vanuit het 'archief' op de RootsTech site.


vrijdag 26 september 2014

66. Deutscher Genealogentag, 12-14 september 2014, Kassel


De jaarlijkse Deutscher Genealogentag van de Deutsche Arbeitsgemeinschaft Genealogischer Verbände (DAGV) vond dit jaar in Kassel plaats, in het noorden van de deelstaat Hessen. Organiserende vereniging was de Gesellschaft für Familienkunde in Kurhessen und Waldeck.



Kassel was eeuwenlang hoofdstad van het Landgraafschap Hessen-Kassel. Wie nu door de stad wandelt ziet weinig terug van dit verleden. Een kleine driehonderd bommenvluchten legden Kassel tijdens de Tweede Wereldoorlog volledig in puin en in de jaren vijftig en zestig van de vorig eeuw werd de stad voorzien van een nieuwe plattegrond weer opgebouwd. Een deel van de vooroorlogse beeldbepalende gebouwen werd herbouwd, zoals kerken, paleizen, musea, bibliotheken.

Vele Nederlanders hebben voorouders die uit Hessen afkomstig zijn. Vooral huursoldaten in dienst van de Republiek zorgen voor Hessische kwartieren in Nederlandse kwartierstaten. Maar ook Hessische werkzoekenden en kooplieden bezochten Nederland en bleven er soms 'hangen'. De Holländische Strasse die vanuit het stadscentrum van Kassel in de richting van Nederland voert houdt de herinnering aan deze contacten levend.





Programma

Met negenentwintig stands en drieëntwintig lezingen in drie parallelle sessies was het aanbod minder groot dan in vorige jaren. Het aantal bezoekers lag rond de 350. Onder de stands veel 'bekende gezichten', verenigingen en commerciële aanbieders, maar ook nieuwelingen als GenSoup. Dit Oostenrijkse bedrijf is in 2013 opgericht en wil een online Europees platform voor familiegeschiedenis lanceren. De aanwezigheid op de Genealogentag had vooral tot doel om naamsbekendheid te krijgen en van de doelgroep te horen wat de wensen zijn, zaken die zij in bestaande webservices missen. GenSoup werkt op dit moment aan de beta versie die het komende jaar online zal komen.
Van de online genealogische webservices waren FamilySearch en MyHeritage er met een stand, maar ook Geneanet en The Next Generation of Site Building (TNG). Opvallende afwezige was Ancestry.de. Het van oorsprong Franse Geneanet is inmiddels in tien talen beschikbaar en heeft een groeiend aantal gebruikers op de Duitse markt, als alternatief voor de grotere broers Ancestry en MyHeritage. Dat geldt ook voor TNG. Daarmee maak je en onderhoud je je eigen genealogische website. Aan de 'achterkant' heeft het de functionaliteiten van een genealogisch programma, waarin je je gegevens kunt invoeren die opgeslagen worden in een database. Voor de 'voorkant', de website die je gegevens presenteert, kan je kiezen uit een aantal formats.



Het Ständehaus in Kassel, met Nederlandse fiets voor de deur

CompGen over crowdsourcing via DES

Wat onhandig was dat de lezingen op drie verschillende locaties waren, op vijf tot tien minuten loopafstand. Met een kwartier of minder pauze tussen de lezingen nodigde dat niet uit om te 'verkassen'. De lezingen die mij interesseerden vonden allemaal plaats op de hoofdlocatie, het Ständehaus.
Leden van de jubilerende Verein für Computergenealogie (CompGen) hielden voordrachten over enkele van hun online producten. CompGen is met ruim drieduizend leden de grootste genealogische vereniging in Duitsland en vierde in Kassel haar zilveren jubileum.
Twee CompGen leden hielden presentaties rond het crowdsourcing programma van deze vereniging: 'DES' (Data Eingabe System ofwel Data Entry System). Andreas Job liet zien wat mogelijk is met dit programma en hoe het werkt. Verschillende brontypen heeft men al in bewerking genomen, zoals gedrukte adresboeken, grafstenen en de zogenaamde 'Verlustlisten' uit de Eerste Wereldoorlog. Dit zijn door de Pruisische overheid gepubliceerde gedrukte lijsten van gewonde, gevangen genomen, vermiste en gesneuvelde soldaten. Het is een belangrijke bron - met zo'n 9 miljoen persoonsvermeldingen - omdat veel van de stamboeken van militairen in de Tweede Wereldoorlog verloren zijn gegaan.     

Voorbeeld van een bewerking van een Verlustliste in DES (uit presentatie Marie-Luise Carl) 
CompGen zoekt samenwerking met verenigingen en archieven om crowdsourcing projecten op te zetten. Voorwaarde is dat de data (ook) vrij ('open access') beschikbaar komen via de CompGen Website. Zo is er in 2013 een samenwerkingsproject gestart met het stadsarchief in Keulen om overlijdensregisters te ontsluiten.
Jesper Zedlitz, die als ontwikkelaar aan de wieg van DES stond, gaf in zijn presentatie wat voorbeelden van mogelijke toekomstige toepassingen bij crowsdsourcing projecten, bijvoorbeeld de combinatie van OCR (opticial character recognition) met handmatige invoer, gebruik van de mobiele telefoon, mogelijkheden van Captcha.

Diagram met overzicht van de bestuurlijke inkadering van het dorp Obermörmter bij Xanten door de tijd (uitgebreider in Gov database op website CompGen) 


Das Genealogische Orts-Verzeichnis (GOV)
   
Timo Kracke gaf een presentatie over een ander vrijwilligersproject van CompGen, 'Das Genealogische Orts-Verzeichnis'. Kortweg GOV genoemd. Het is een online aardrijkskundig woordenboek, met onder andere informatie over de precieze ligging van een plaats (met coördinaten o.a.), postcodegebied, historische benamingen, exoniemen (buitenlandse namen), ondergeschikte en bovengeschikte geografische eenheden, etcetera. De inkadering van een plaats in een grotere wereldlijke of kerkelijke eenheid door de tijd heen wordt ook weergegeven in de vorm van een diagram. De database is een nuttig hulpmiddel bij Duits genealogisch onderzoek, om te vinden waar een bepaalde plaats ligt of tot welke bestuurlijke of kerkelijke eenheid hij hoort c.q. hoorde (bepaalde Kreis of bisdom bijvoorbeeld). Met die wetenschap kan je gericht op zoek naar archiefmateriaal.

In rood de ligging van de geografische eenheden die opgenomen zijn in GOV

De database wordt langzamerhand gevuld door vrijwilligers, en dat betekent dat de gedetailleerdheid van de informatie per regio verschilt. Ook Nederlandse plaatsnamen zijn opgenomen in de database, vooral gebaseerd op GeoNames. Dat betekent dat bij de opgenomen plaatsen alleen gemeente, provincie en land opgenomen zijn volgens de situatie op één bepaald moment (in het recente verleden). Verder gevuld met Nederlandse informatie zou het ook voor genealogisch onderzoek in ons land een handig hulpmiddel kunnen zijn. GOV biedt een mooie structuur waarin je veel geografische gegevens op een systematische manier kunt onderbrengen. CompGen stelt een deel van GOV beschikbaar voor gebruik door derden, onder creative commons licentie (CC BY-SA).
Voor Nederland zijn er op dit moment andere online databases met meer informatie, zoals voor gemeenten Gemeentegeschiedenis.nl 
Timo Kracke hield zijn presentatie over GOV dit jaar ook in Salt Lake City tijdens de Rootstech conferentie. Deze presentatie staat online


Homepage van Archion (Kirchenbuchportal)

Archion (Kirchenbuchportal)

Tijdens de Genealogentag werd ook de bèta versie van Archion gelanceerd, de nieuwe naam voor wat eerst het Kirchenbuchportal heette. De nationale Evangelische Landeskirche en elf Evangelische Landeskirchen in de bondslanden stichtten in 2013 dit portaal. Via Archion bieden de lutherse kerken in de deelnemende bondslanden hun doop-, trouw- en begraafregisters digitaal aan. Nog niet heel Duitsland doet mee. Saksen ontbreekt bijvoorbeeld nog. Maar de hoop en verwachting is dat de ontbrekende landen zich aan zullen sluiten. De website geeft in de eerste plaats een overzicht van de bewaard gebleven dtb-registers in Duitsland, ook van de nog niet aangesloten 'Landeskirchen' (zelfs van niet-lutherse kerkgenootschappen). Daarnaast stellen de aangesloten Evangelische Landeskirchen scans van hun dtb-registers beschikbaar, voor zover reeds gescand. Het aantal gescande registers wordt in de loop der tijd uitgebreid. Er is ook een mogelijkheid om mee te helpen met de transcriptie van de registers.
Archion moet zichzelf financieel bedruipen. Het overzicht van de dtb-registers is gratis te doorzoeken. Voor het bekijken van de scans moet betaald worden. Een maandpas kost 19,90 euro, een jaarpas 178,80 euro en een pas voor twintig dagen (op te nemen binnen één jaar) 59,90 euro.
De eerste bèta fase duurt ongeveer één maand. Daarna komt het overzicht beschikbaar. Na twee maanden (november of december 2014) volgt dan - als alles goed verloopt met testen - het gedeelte met de scans en de viewer. Op dit moment is de site dus alleen nog maar te benaderen door de testers.
Het dtb-portaal Archion is een belangrijke ontwikkeling voor de Duitse genealogen.   





Genealogentag 2015 in Gotha

Het komende jaar organiseert de Arbeitsgemeinschaft Genealogie Thüringen van 2 tot 4 oktober de Genealogentag in Gotha, de plaats die zijn naam gaf aan de voor genealogen bekende Almanac de Gotha.   


vrijdag 4 oktober 2013

65. Deutscher Genealogentag, 27-29 september 2013, Heidelberg





De Deutscher Genealogentag vond eind september in Heidelberg plaats. Jaarlijks organiseert een van de verenigingen uit de Deutsche Arbeitsgemeinschaft Genealogischer Verbände (DAGV) de Genealogentag. Dit jaar zorgde FamilySearch voor de organisatie, dat daarmee de DAGV uit de brand hielp omdat een andere vereniging zich als organisator terugtrok.

De Deutscher Genealogentag geeft een beeld van hoe de genealogie zich in Duitsland ontwikkelt en biedt de gelegenheid 'spelbepalers' bij onze oosterburen te ontmoeten. Thema van het driedaagse evenement was ´Die Welt in Deutschland; Deutsche in der Welt´. Met 367 vooraanmeldingen en enkele tientallen dagaanmeldingen lag het aantal deelnemers iets boven de 400. Deze editie van de Genealogentag deed het daarmee beter dan die in Erlangen, waar ik in 2011 was. 

Het programma telde zo'n veertig lezingen en daarnaast was er een genealogische markt met veertig exposanten. Dat waren de meest geslaagde onderdelen van het programma. De 'Posterausstellung', waarbij een tiental stambomen van enkele deelnemers tentoongesteld werden, en ook de 'Lange Nacht der Genealogie' waren minder geslaagd. De 'Lange Nacht' op zaterdagavond had tot doel uitwisseling tussen de deelnemers, maar zonder verdere regie werd het een 'Kurze Nacht' waarbij de deelnemers vooral met bekenden aan het eigen tafeltje bleven zitten. Het idee is leuk, maar vraagt nog om wat meer uitwerking.


Het gemeentecentrum van de LDS kerk, waar de lezingen werden gehouden


Namenprofessor

De populaire namenprofessor Jürgen Udolph hield voor mij de meest aansprekende lezing, over de herkomst en betekenis van familienamen. Hij stichtte na zijn vertrek bij de universiteit in Leipzig, waar hij de laatste hoogleraar namenonderzoek was, zijn eigen bedrijf Prof. Udolph Zentrum für Namenforschung. 'Namen zijn getuigen  van de geschiedenis' zo hield hij zijn publiek herhaalde malen voor. Om namen te kunnen duiden moet je ze terug in de tijd volgen tot de plek waar ze zijn ontstaan. Daarbij is kennis van de taal of het dialect van ontstaan onontbeerlijk. In namen zien we woorden terug die in de levende taal niet meer voorkomen. Het Duitse familienamenreservoir telt vele namen die hun oorsprong vinden in andere talen dan het Duits. Zo zijn er alleen al 15 miljoen Duitsers die een Poolse en 3 miljoen die een Tsjechische naam dragen.
Udolph lardeerde zijn lezing met talloze kaartjes, die de verspreiding van bepaalde namen door de tijd heen laten zien, en gaf in een rap tempo vele aansprekende voorbeelden. De naam Levin bijvoorbeeld is niet (altijd) van Franse of Joodse oorsprong, maar gaat ook wel terug op het Germaanse Lefvin, wat 'lieve vriend' betekent. De op het oog vreemde naam 'Nonnenmacher' is te herleiden tot een dialectwoord dat 'castreerder van dieren' betekent.


Deutsche Zentralstelle für Genealogie, Leipzig

Thekla Kluttig, hoofd van de afdeling Deutsche Zentralstelle für Genealogie van het Staatsarchief in Leipzig, sprak over de collecties en onderzoekmogelijkheden van de DZfG (zie ook wikitekst). Deze instelling werd in 1967 in Oost-Duitsland opgericht als Zentralstelle für Genealogie. Na de vereniging van oost en west voegde men daar in 1990 'Deutsche' aan toe, vanuit de ambitie hier een landelijk centrum voor familiegeschiedenis van te maken. Dat is niet gelukt. De collecties, zo'n tien strekkende kilometer boekenplank, werden in 1995 ondergebracht bij het Saksische Staatsarchiv in Leipzig.
Belangrijke collectieonderdelen vinden hun oorsprong in de jaren dertig en veertig, zoals het archief van het 'Reichssippenamt', de Ahnenkartei en een collectie van 1.000 originelen en 16.500 microfilms van dtb-registers uit gebieden die nu veelal buiten de Duitse landsgrenzen liggen. De Mormonen kopieerden in de jaren zestig en zeventig de meeste van deze films. De DZfG verzamelde ook veel Ortsfamilienbücher (of Ortssippenbücher), die een opgave van de historische bevolking van een plaats, gerangschikt in gezinnen en vooral gebaseerd op de genealogische basisbronnen.
De DZfG heeft een kleine staf, de dienstverlening is daarom beperkt en zal zich meer en meer concentreren op het wegwijzen en het beschikbaar stellen van inventarissen en 'Findmittel', 'Findbücher' (informatiebladen) voor onderzoekers.
Onderzoekers zullen de collectie ter plaatste in het Staatsarchiv moeten raadplegen.Geld om te digitaliseren is er niet.Voor digitalisering zoekt men waar mogelijk samenwerking, zoals met CompGen, de vereniging voor computergenealogie. In een gezamenlijk project zijn 50 van de 1.100 plaatselijke adresboeken uit de collectie gedigitaliseerd en ontsloten.

Schermvoorbeeld van het programma PhotoIdent

Genealogische markt

Dat waren vooral genealogische verenigingen, maar ook uitgevers, en verkopers van software en webservices. Naast bekende ´gezichten´ als de Degener Verlag, Stammbaumdrucker, CompGen, en de Verein fùr Familienkunde in Ost- und West-Preussen waren er ook nieuwkomers zoals Geneanet, dat zich actiever in Duitsland profileert.    
Onder de aangeboden software viel voor mij PhotoIdent op. Het is een programma waarmee je je foto's kunt archiveren met daarbij een handig systeem om de namen en verdere gegevens van personen in vast te leggen. Een van de mogelijkheden: een pdf-formulier met foto, waarin je de jou bekende gegevens hebt ingevuld en dat je rondstuurt voor aanvulling. Na terugzending van het formulier worden de gegevens in je database opgenomen.Een proefversie van het programma is gratis te downloaden.
Zo'n congresbezoek levert soms ook leuke toevalsvondsten op. Bij de stand van de Arbeitsgemeinschaft ostdeutscher Familienforscher (AGoFF) kwam ik bladerend door het Zeitschrift für ostdeutsche Familienkunde een artikel van Rudolf Vandré tegen, over de herkomst van zijn familienaam, die ook wel gespeld wordt als Vandrey en Vandree. Ik was die naam wel eens in de VS tegengekomen en veronderstelde dat er een relatie met mijn familienaam zou kunnen bestaan. Dat blijkt niet zo te zijn: deze naam is afkomstig van een Slavische vorm van de bijbelse naam Andreas.


CompGen Verein für Computergenealogie

De meest interessante deelnemer vanuit Nederlands perspectief is CompGen, de Verein für Computergenealogie. Deze vereniging speelt een centrale rol in de Duitse internetgenealogie. Hun website is een goed startpunt voor Nederlandse genealogen die onderzoek willen doen in Duitsland, alleen al vanwege de portalfunctie die het heeft.
Bestuurslid Timo Kracke praatte me bij over wat op dit moment actueel is bij CompGen, de ontwikkelingen voorde komende twaalf maanden. 
Een van de dingen die aangepakt wordt is 'Das Genealogische Orts-Verzeichnis' (GOV). Duitsland heeft een complexe geografische geschiedenis. Het is als genealoog de kunst om vast te stellen tot welke bestuurlijke eenheid een plaats in een bepaalde periode hoorde. Daarbij heb je te maken met gelijknamige plaatsen, veranderende namen, enz. 'Das Genealogische Orts-Verzeichnis' (GOV) helpt daarbij. Compgen werkt aan een verbeterde koppeling met genealogische programma's, waarbij het gemakkelijk wordt vanuit je programma de data van GOV op te halen.
Daarnaast wordt VereinOnline gemoderniseerd, meer web 2.0. Deze service wijst de weg naar de vele genealogische verenigingen in Duitsland. Elke vereniging heeft er zijn eigen pagina. Bijzonder handig als je contacten wilt leggen met onderzoekers in de regio waar je voorouders vandaan komen.
Het Universal Data Entry System (DES) wordt verder uitgebouwd. Vrijwilligers kunnen hierin, na registratie en inlog, meewerken aan het ontsluiten van bronnen. Het is inmiddels gebruikt voor de invoer van lijsten van gevallenen in de Eerste Wereldoorlog die in kranten zijn gepubliceerd en voor adresboeken.
Voor wie de mensen achter CompGen beter wil leren kennen: ze komen volgend jaar naar de tweede editie van het Famillement, op 8 oktober 2014 in Leiden. 

     
In 2014 vindt de Deutscher Genealogentag van 12 tot 14 september in Kassel plaats, georganiseerd door de Gesellschaft für Familienkunde in Kurhessen und Waldeck. Thema is 'Glasmacher, Zuckerbäcker, Soldaten, Märchen'. Interessant voor Nederlanders met Hessische soldaten onder hun kwartieren, en anderen met Hessische voorouders.  


donderdag 9 februari 2012

Washington: the National Archives Experience

(English summary below)

Voor mijn laatste dag in Washington stonden The National Archives op het programma.Eerst ging ik onderweg boekhandel Barnes & Noble in 12th Street binnen, om het nieuwe boek van Megan Smolenyak te kopen. Zij is in Amerika een soort familiegeschiedenis celebrity geworden, schrijft populaire boeken over genealogie, deed onderzoek voor het Amerikaanse Who Do You Think You Are Who en treedt regelmatig in de media op. Bij de infobalie van de boekhandel kon men de titel die ik opgaf niet vinden: Hey, America, Your Roots are Calling.Op de auteur vonden ze het boek wel. Het laatste woord moest 'Showing' zijn. Met 'Calling' levert het overigens ook een mooie titel op. De medewerkster zocht het boek op tussen de aanvulling op de voorraad die net binnen was gekomen.
De educatieve boeken over familiegeschiedenis namen samen maar een halve meter plank in beslag. Een klein deel van wat er op de Amerikaanse markt voorhanden is. Uit die voorraad nam ik nog twee andere boeken mee. Genoeg leesvoer voor terug in het vliegtuig.

National Archives, voorzijde


National Archives
The National Archives zijn vlak bij de National Mall gevestigd.De beveiliging is ook hier streng, inclusief röntgenapparaat en scanpoort. Zes bewakers bij de ingang. Je moet je als bezoeker op papier inschrijven en als je weggaat weer uitschrijven, met tijd van aankomst en vertrek. Ik prik de bezoekerspas op mijn jasje en ga naar de volgende horde. Om de studiezalen te kunnen bezoeken moet ik een Research Card hebben. Een medewerkster vraagt me plaats te nemen achter een computer om daar eerst een Powerpoint presentatie te bekijken van zo'n vijftig dia's. Ze vertellen me wat wel en niet mag, mijn rechten en plichten. Op beschadiging van staatseigendom, het vernielen van archiefstukken, staat een gevangenisstraf van ten hoogste tien jaar. Dat je het maar weet. De lezerspas geeft toegang tot de studiezalen. Voordat je daar binnen gaat moet je de pas bij een bewaker door een lezer halen. Gaat een groen lampje branden, dan mag je doorlopen.

Onderzoek naar door overheid uitgegeven land
Mijn onderzoeksdoel voor die dag is meer te weten komen over een aankoop van een stukje grond in Illinois. DAR-archivaris Jane Douma wees me een paar dagen eerder op de de mogelijkheid van onderzoek naar de uitgifte en verkoop van overheidsland. Het meeste land in de Verenigde Staten begon als overheidsland en werd aan burgers gegeven of verkocht.Soldaten werden bijvoorbeeld verleid dienst te nemen met de belofte dat ze aan het eind van hun termijn een stuk `bountyland` zouden krijgen. En bij het opschuiven van de kolonisatiegrens naar het westen konden kolonisten land claimen als ze zich daar gevestigd hadden en een bepaalde periode gewerkt hadden aan de verbetering ervan. Dit is allemaal geregistreerd en de archieven zijn bewaard. De beelden uit Western films vinden hierin hun papieren werkelijkheid.
Op de website van het Bureau of Land Management (BLM) kan je op naam zoeken of iemand een landpatent kreeg. In de National Archives liggen de bijbehorende dossiers, de ´Land Entry Files´. Vooral in de dossiers over land dat militairen als beloning kregen of over land dat na 1850 onder de wetten als de Homestead act (1862) werd uitgegeven, kan veel informatie over personen en families zitten.De website van de National Archives bevat veel educatief materiaal en ook over onderzoek in de Land Entry Case Files van de General Land Office staat een brochure online.
Om op de BLM website te kunnen onderzoeken of iemand een land patent kreeg moet je wel de staat en county weten. Ik weet dat naamgenoten in de negentiende eeuw in Illinois verbleven in de county St.Clair, vlakbij St. Louis aan de Mississippi.De website levert het land patent van ene Pierre Vandrie op. De scan ervan staat online.

Land patent voor Pierre Vandrie
Onderzoek land Entry Case file in de National Archives
De Finding Aids Room is mijn volgende halte bij de National Archives. In de kamer staan wat bureau´s en tegen de wand drie cabine´s met opschriften van de specialismen: Navy Maritime Records, Civilian Agency Records en Old Army Records. Bij een van de medewerkers leg ik mijn vraag neer. Hij roept een collega: ´Hey George, can you help this gentleman´. George komt uit de cabine Civilian Agency Records en helpt me met het invullen van het aanvraagformulier: Hij neemt de nodige informatie over uit de screenshot die ik van mijn vondst maakte: RG 49 - IL - Edwardsville - Cash 442. Om half twee wordt de volgend ronde gelopen, om twee uur ligt het dossier in de studiezaal op de tweede verdieping voor me klaar.
De twee uur tot die tijd overbrug ik in de genealogische studiezaal, en zoek naar naamgenoten in de databases van Ancestry, Heritage Quest en Footnote. Het levert wat census-inschrijvingen van Van Drie´s en Vandrie´s op. De meeste naamgenoten, afkomstig van de Veluwe of uit Amersfoort, emigreerden na 1880 naar de Verenigde Staten en vestigden zich in Michigan of Iowa, tussen andere Nederlandse emigranten.

Hoek in de studiezaal van de National Archives

Dossier IL - Edwardsville - Cash 442
Om even over twee bied ik mijn Reader Card aan bij de bewaking van de algemene studiezaal, en open op verzoek mijn iPad om te laten zien dat er niets verborgen zit onder het deksel.Bij de uitgiftebalie staat een doos voor me klaar met de `cash entries´ van Edwardsville, nummers 101-454. Voor cash entries werd direct afgerekend door de nieuwe eigenaar van het land. Het was ook mogelijk land tegen afbetaling te krijgen, of als gift van de overheid.Voor ik de archiefdoos meekrijg teken ik het formulier voor ontvangst, met datum, tijd en paraaf. Daarna zoek ik een plekje op in de studiezaal. De sfeer en klassieke inrichting doen en beetje denken aan het Nationaal Archief, toen het nog Algemeen Rijksarchief heette en aan het Bleyenburg gevestigd was.

Archiefdoos met Cash Entries, Edwardsville, Illinois

Kwitantie in Cash Entry 442


Als ik de doos open komt een studiezaalmedewerker naar me toe met een signaalstrook, die moet ik plaatsen waar ik een dossier uit de doos haal. Cash entry 442 valt wat tegen. Het nummer klopt, maar de ligging van het land, de grootte, de koper en de prijs en de datum van aankoop komen niet overeen. Dit dossier gaat over land dat John Evens Senior kocht: 160 acres voor 200 dollar. Ik moet een andere doos hebben. Dat gaat me wat teveel tijd kosten. Deze exercitie was op zichzelf al leuk om kennis te maken met onderzoek bij de National Archives. Ik lever mijn doos in bij de balie. De baliemedewerker zet een stempel op mijn aanvraagbriefje en ik vul de inlevertijd in en zet mijn paraaf.

National Archives Experience
De rest van de middag gebruik ik voor een bezoek aan de National Archives Experience. Dat is de museale presentatie van de National Archives, met theater, winkel, en tentoonstellingen. In het theater bekijk ik een korte documnetaire over de restauratie en bewaring van de Three Charters of Freedom (Declaration of Independence, Constitution en Bill of Rights) in speciale metalen kasten met glazen deksel. Dit project werd een jaar of tien geleden afgerond en kostte 5 miljoen dollar. De drie documenten worden beschouwd als het papieren fundament van de Verenigde Staten.

Becoming an American, een van de thema´s in de Public Vaults


Daarna bezocht ik de Public Vaults, een interactieve tentoonstelling, met als doel je een beeld te geven van wat een archief doet, wat het bewaart en waarom dat zinvol is. Ik dwaal rond in een groot aantal thema´s, interactief vormgegeven. Een Hollywood film toont een fragment van de Amerikaanse burgeroorlog, als je laden opentrekt zie je de bijbehorende documenten en zie je het verschil tussen waarheid en verdichting. Op een replica van het bureau uit de Oval Office van het Witte Huis staat een telefoon waarmee je een aantal geheime telefoongesprekken van Amerikaanse presidenten kunt beluisteren, belangrijke momenten uit de Amerikaanse en wereldgeschiedenis. Een ander thema gaat over patenten. Je krijgt tekeningen te zien en moet raden om wat voor objecten het over gaat. En ook familiegeschiedenis is een thema dat aan de orde komt. Aan de hand van voorbeeldvragen zie je wat er in de National Archives te vinden is: ´my grandmother was a teacher´, ´my uncle was a US-marine´, etc. Voor ik het wist was ik als enige nog in de Public Vaults en kwam een bewaker me vertellen dat ze gingen sluiten.

Rotunda, met de drie Charters of Freedom

Ik liep nog snel even naar de Rotunda, naast de Public Vaults, de plaats waar onder gedempt licht de drie Charters of Freedom tentoon gesteld worden.Een waardige afsluiting van mijn bezoek aan de Verenigde Staten.

(English summary)
On the last day of my visit to Washington I went to the National Archives, to experience doing research there and to go to the permanent exhibition called ´The National Archives Experience´. I did some research in the Land Entry case files of the General Land Office (after finding a land patent of a Pierre Vandrie on the website of the Bureau of Land Management). The Vandrie patent was used to get an idea of research at the National Archives. Next stop was the National Archives Experience, the permanent exhibition called Public Vaults, with a lot of themes and possibilities for the visitor to interact and get an idea of what an archive does and the importance of preserving this heritage. Before leaving the National Archives building I visited the Rotunda, the half round room where the Three Charters of Freedom are on display, the paper (or parchment) foundation of the United States. A worthy ending of my visit to the United States.

woensdag 8 februari 2012

Washington: Library of Congress

(English summary below)

De eigenlijke aanleiding, of beter gezegd het excuus, om op de terugweg van Salt Lake City een paar dagen verlof in Washington door te brengen is een onderzoekje naar de familie Van Wyck. De belangstelling voor die familie werd gewekt, toen ik met het koor waar ik lid van ben een concert gaf in de Grote Kerk van Wijk bij Duurstede.Voorafgaand aan het concert keek ik wat rond in de kerk, op zoek naar "genealogische en heraldische gedenkwaardigheden". Mijn oog viel op twee metalen gedenkplaten, een voor Oloff Steffense van Cortlandt en een voor Cornelis Barentse van Wijk, die beiden in de zeventiende eeuw naar Nieuw Nederland emigreerden. Deze moderne variant van het memoriebord was in 1960 op verzoek van hun afstammeling Philip van Wyck op een opvallende plaats in de kerk aangebracht.

Gedenkplaat Van Wyck in de Grote kerk van Wijk bij Duurstede

Philip van Wyck
De achtergrond hiervan intrigeerde me en ik probeerde wat meer te weten te komen over deze familie Van Wyck en in het bijzonder hun afstammeling Philip.Er bleek in de periode dat Philip van Wijk Nederland bezocht onderzoek te zijn gedaan door het Centraal Bureau voor Genealogie naar de herkomst van emigrant Cornelis Barentse. De correspondentie hierover is grotendeels bewaard gebleven. Een website over deze Amerikaanse familie meldde dat Philip in 1979 een boek publiceerde over zijn familiegeschiedenis: "The Story of a Dutch Colonial Family". De eigenaar van de website had het nog niet in handen gehad. In Nederland was het boek niet te vinden, wel in de Library of Congress in Washington. Toen het niet lukte het boek naar Nederland te krijgen via het internationale interbibliothecair leenverkeer, besloot ik tot de tussenlanding in Washington.
Die reden viel weg toen de Koninklijke Bibliotheek twee weken voor mijn vertrek meldde dat het boek tot hun verrassing toch aangekomen was.Op mijn bureau ligt inmiddels een fotokopie van het boek.Het vliegtuig was al geboekt dus ik ging gewoon naar Washington. Ik heb er geen spijt van. Washington is één grote nationale herinneringsplek. In het het centrum laten de Verenigde Staten door architectuur, inrichting van de ruimte en de vele nationale herinneringsplekken zien hoe ze zichzelf zien, hoe ze hun geschiedenis zien, hoe ze gezien willen worden. Een bijzondere ervaring.

Jefferson Building met rechts daarnaast Maddison Building


Library of Congress
Maar ik vond een ander excuus om een bezoek te brengen aan de Library of Congress (LOC). Over de familie verscheen in 1912 een boek, geschreven door Anne van Wyck: "Descendants of Cornelius Barentse van Wyck and Anna Polhemus." De LOC heeft het op microfilm, zo blijkt uit hun online catalogus. Het CBG heeft de eerste pagina's in fotokopie in een van zijn familiedossiers zitten. Ik was nieuwsgierig naar de rest van het boek.In de periode dat Anne het boek schreef veronderstelde men nog een verwantschap met de Nederlandse adellijke familie Van Asch van Wijk. De Nederlandse veronderstelde neven spraken dit blijkbaar niet tegen. Ze correspondeerden onderling hartelijk en zochten elkaar op wanneer ze de tocht overzee maakten.
Met een onderzoeksdoel kan je de bibliotheek van binnenuit ervaren. En dat gebeurde ook letterlijk. Als toerist mag je van de LOC maar een klein gedeelte zien, alleen de hal en de bibliotheekwinkel.Via de trappen aan de voorzijde van Jefferson building ging ik de LOC binnen. De Library of Congress bestaat uit drie afzonderlijke gebouwen, Jefferson Building, Madison Building en Adams Building. Volgens de bibliotheekcatalogus was de microfilm van het Van Wyck boek in Jefferson Building in te zien, dar gfing ik dus naar binnen. Ik gaf mijn jas en tas bij de garderobe af en hoorde van de medewerkster daar dat ik voor onderzoek wel een officiële bibliotheekpas nodig had. Stom, had ik online vast kunnen voorbereiden.
Nu moest ik naar de Madison Building. Ze gaf me de route aan, via een lift, door gangen, links af, rechts af, vervolgens de ondergrondse gang naar het andere gebouw, lift omhoog en me daar melden in kamer 104.De drie gebouwen zijn via ondergrondse tunnels met elkaar verbonden en via Jefferson Building is er ook zo´n verbinding met het Capitool.
De ondergrondse gang heeft veel van een kleine metrotunnel, zonder metro, maar met heen en weer rijdende karren met bibliotheekmateriaal. Je kunt je als je eenmaal door de bewaking (met scanner) van het complex bent in feite vrij bewegen. Ik ben een paar keer verkeerd gelopen, maar niemand die me iets vroeg.

Verbindingstunnel tussen Jefferson en Madison Building
Het is alsof je bij de Koninklijke Bibliotheek of het Nationaal Archief na het passeren van de bewaking overal vrij rond zou kunnen lopen.Ik kwam langs de facilitaire dienst, personeelskantines, allerlei interne afdelingen en leeszalen voor verschillende onderzoeksgebieden en specialismen.Er is overigens ook als je het gebouw verlaat een strenge controle, waarbij de inhoud van je tas bekeken wordt. Je loopt dus niet zomaar met bibliotheekboeken naar buiten.

Microfilmkamer en genealogische studiezaal
Een half uur later legde ik de route terug af, met een plastic LOC pas met foto in de portemonnee.De film met het Van Wyck boek bestelde ik in de Microform Reading Room 139B, en in de half uur wachttijd bezocht ik de Local History & Genealogy Reading Room. De LOC is het depot van de publicaties die in de Verenigde Staten verschijnen, maar verzamelt ook veel van wat buiten de VS verschijnt. Op het gebied van familiegeschiedenis hebben ze na de Family History Library in Salt Lake City de grootste collectie. In de genealogische leeszaal, met ongeveer het aantal vierkante meters van de studiezaal van het Centraal Bureau voor Genealogie, staat een omvangrijke handbibliotheek en zijn op de computer de interne databases van de LOC en externe genealogische databases te raadplegen. In de handbibliotheek ook een van de CBG-producten: een serie rode en blauwe boekjes (Nederland's Adelsboek en Nederland's Patriciaat), onder de plank met Belgische adelsboeken. Er zat in het half uurtje dat ik er was in de studiezaal maar één andere bezoeker, een ouder dame die iets uit een boek aan het overschrijven was. De twee leeszaalambtenaren hadden dus niet veel om toezicht op te houden.
In de microfilmkamer waren volop print en scanfaciliteiten aanwezig. De filmopnamen van het Van Wyck boek van 500 pagina´s had ik in een uurtje gescand en op een USB-stick geplaatst.Klaar voor verdere bestudering van de geschiedenis van het genealogisch onderzoek naar de familie Van Wyck

De rest van de middag bracht ik door in het National Museum of the American Indian, een van de Smithsonian musea, geopend in 2004. Het is niet het laatste Smithsonian museum. Dit jaar begint vlakbij het Washington Monument de bouw van het National Museum of African American History and Culture. Zo krijgt iedereen zijn plek op de National Mall.

(English summary)
The motivation, or rather the excuse I found to stay a couple of days in Washington was my interest in the American Van Wyck family, that descends from a Cornelis Barentse who emigrated to the New Netherlands (now New York) in the seventeenth century. I´m interested in the way members of this family express their interest in their family history. One of the descendants, American Philip van Wyck, presented in 1960 a two plates to the church of Wijk bij Duurstede, commemorating his emigrant ancestors. The plates are attached to one of the church walls, inside the church. Philip van Wyck published a book on his family history in 1979. Ther is a copy of the book in de Library of Congress (and not in the Netherlands). By chance I managed to get a photocopy of the book. An older version of the family history is published in 1912 by Anne van Wyck.The LOC has a microfilmcopy of it. I visited the LOC with the microfilm of as a means to experience the way the LOC works. During the time I had to wait foor the microfilm I visited the Local History & Genealogy Reading Room. After that I could scan the images of the microfilm and within an hour I could leave the LOC with the 500 page book on my USB-stick.

dinsdag 7 februari 2012

Washington: Daughters of the American Revolution

(English summary below)

Op de terugweg naar Nederland na de RootsTech Conferentie in Salt Lake City doe ik een paar dagen Washington. Aanleiding voor dit uitstapje was een boek dat ik in de Library of Congress wilde inzien in verband met een onderzoekje naar de familie Van Wyck, waarover later misschien meer. Ik had me voorgenomen om vandaag vooral buiten te zijn, na een week binnen zitten, en de National Mall te bezoeken. Dat is dé nationale herinneringsplek van de Verenigde Staten, tussen de Lincoln Memorial en het Capitool, met het Washington Monument (de obelisk), het Witte Huis, musea en monumenten voor alle oorlogen waarin de Amerikanen in de twintigste eeuw gevochten hebben.


DAR headquarters, Washington

Daughters of the American Revolution
Vanaf de 16th Street, waar mijn hotel ligt, liep ik rechts om het Witte Huis heen, de 17th Street in. Al snel werd mijn aandacht getrokken door een neo-classicistisch gebouw met tussen een zuilenrij drie grote spandoeken met de letters D A R en daaronder de woorden "Preservation", "Patriotism" en "Education". Dat is wat de vrouwen-vrijwilligersorganisatie Daughters of the American Revolution wil bevorderen. De organisatie heeft op dit moment 170.000 leden. Sinds de oprichting van de eerste afdeling in 1890 zijn 900.000 vrouwen lid geworden. De eerste Afro-Amerikaanse werd in 1977 toegelaten.De mannelijke tegenhanger, Sons of the American Revolution, is met 28.000 leden een stuk kleiner (hoofdkwartier in Louisville, Kentucky). Voor jongeren is er Children of the American Revolution.

 Van de DAR kan je lid worden als je kunt aantonen dat je afstamt van iemand die zich tijdens de Amerikaanse Revolutie heeft ingezet voor de onafhankelijkheid, als burger of als militair. Hij hoeft niet echt gevochten te hebben, het kan bij wijze van spreken ook een leverancier aan de troepen van de revolutionairen geweest zijn. Daar is genealogisch onderzoek voor nodig! Vijf minuten later stond ik binnen. Ik maakte eerste een rondje door het museum, kreeg door een DAR Daughter een rondleiding langs de stijlkamers van het gebouw en kocht in de gift shop als herinnering een pin met het woord "Patriot".
Daarna was de bibliotheek aan de beurt. DAR claimt de op twee na grootste genealogische collectie te hebben, na de Family History Library in Salt Lake City en de Library of Congress in Washington.Ik vroeg me af in hoeverre er afstammelingen van Nieuw-Nederlanders onder de revolutionairen waren. Of stonden zij meer aan de kant van de loyalisten? De dienstdoende bibliothecaresse verwees me voor een antwoord naar Jane, een collega met Nederlandse roots.

Jane Douma

Jane Douma
Als ik Jane in haar kantoor ontmoet is ze al door haar collega geïnformeerd over mijn komst. Ze begroet me met een "goedemiddag" en stelt zich voor als Jane Douma. "Doema" zegt men hier. Ze is archivaris bij de DAR en heeft inderdaad iets met haar Nederlandse wortels. Haar voorouders emigreerden naar Ottawa County in Michigan.Ze heeft voorouders in Zeeland, Zuid-Holland, Gelderland, Overijssel en natuurlijk Friesland. Met haar dochter bezocht ze Nederland en deed daar niet alleen de bekende trekpleisters voor toeristen als de Keukenhof en het Openluchtmuseum, maar ook allerlei plaatsen waar haar voorouders woonden. Over haar Nederlandse onderzoek heeft ze een blog My Dutch Ancestors


DAR Genealogical Research Systeem
Jane maakte me wegwijs in het DAR Genealogical Research System, dat online te raadplegen is. Je kunt zoeken in een database met 7,1 miljoen afstammelingen van ´patriots´. Zoeken op ´Van-namen´ levert al snel resultaat op, zoals Van Dyne (Van Duyne, Van Dine), Van Emmon, Van Fleet (Van Vleet, Van Vleit), Van Gilder (Van Gelder), Van Hook, Van Kirk, Van Leer, Van Liew (Van Lew, Van Lieuw) enz. Je kunt zoeken op patriot, of afstammeling. Bij een afstammeling wordt de afstammingsreeks naar de patriot gegeven, bij de patriot alle personen die lid geworden zijn van de DAR, nadat hun afstammingsreeks met bewijsstukken goedgekeurd was.
Een voorbeeld: patriot Abraham van Fleet (1760-1834), was korporaal en diende in New York en New Jersey. De database meldt de vindplaats van de stamboeken waar dit op gebaseerd is. Hij was getrouwd met Sarah Brown. Vijftien vrouwen zijn DAR-daughter geworden op basis van afstamming van hem. De afstammingsreeksen staan online, op de jongste generaties na. Die zijn vanwege de privacy afgeschermd.Een leuke database om eens verder mee te spelen.

Lincoln Memorial

National Mall
De rest van de middag bracht ik op het gebied tussen het Washington Monument en de Lincoln Memorial door, vooral het monument voor de gesneuvelden in de Vietnam Oorlog is indrukwekkend. De namen van 58.195 gesneuvelden zijn, in chronologische volgorde van het moment waarop ze tussen 1959 en 1975 gesneuveld zijn, in spiegelend marmer uitgehakt. Bij dit het monument ligt een vuistdik boek met van elke gesneuvelde de naam, geboortedatum, legeronderdeel, datum waarop gesneuveld en de vindplaats van zijn naam op het monument.
Het Lincoln Memorial is een indrukwekkend bouwwerk in neo-classicistisch stijl. Het gebouw is omgeven door 31 zuilen die de 31 Verenigde Staten uit de tijd van president Lincoln voorstellen. Binnen zetelt een gigantische Abraham Lincoln op een troon.  

Toen ik tussen de zuilen door naar buiten wandelde viel mijn oog op de woorden "I have" uitgebeiteld in het marmer. De rest vulde ik in gedachten aan: "a dream". De eerste woorden van de beroemde rede die Martin Luther King op 28 augustus 1963 op de trappen van het Lincoln Memorial hield, voor een menigte van een kwart miljoen mensen. Had iemand de eerste twee woorden niet nat gemaakt, dan was ik er zo voorbij gelopen.

`I have a dream ....`


(English summary)
On the first day of my visit to Washington I wanted to stay outside as much as possible, after a Salt Lak City conference week inside. On my way to the National Mall I accidently passed by the headquarters of the Daughters of the American Revolution. Genealogy! Five minutes later I found myself inside the building, visiting the museum and doing a tour in the building, guided by a DAR-daughter. In the library I asked if the librarian knew whether there are descendants of New-Netherlands immigrants that are recognized as ´patriots´ and who were used by applicants for DAR membership.The librarian suggested me to alk to her colleague, archivst Jane Douma, who has Dutch ancestry. Jane told me how to use the online DAR Genealogical Research System, with information on applicants, patriots and the ancestral lines between them.
After my visit to the DAR headquarters I continued my walk to the National Mall, where I visited the different war monuments and the Lincoln Memorial. Leaving the Memorial I accidently stepped on the stone with the engraved words "I had ... a dream", commemorating the speech Martin Luther King jr. held there August 28. 1963.