Berichten weergeven met het label WDYTYA Live. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label WDYTYA Live. Alle berichten weergeven

maandag 1 maart 2010

WDYTYA zondag: conference day

Zondagmorgen stond ik vroeg naast mijn bed. Onder de douche vandaan ontdekte ik dat mijn wekker me op de Nederlandse tijd wakker had gemaakt. Een uur eerder dan de bedoeling was. Het extra uurtje tot het ontbijt gebruikte ik om op de site van PBS de derde aflevering van Faces of America te kijken. Ook hier wordt een aantal celebreties geconfronteerd met stukjes van hun familiegeschiedenis. De formule verschilt van WDYTYA. In één uitzending zitten meerdere beroemdheden, verzameld rond één thema, waarover ieder van hen praat met gastheer Henry Louis Gates jr. Op tafel ligt een groot plakboek met het resultaat van onderzoek naar hun voorouders. De beroemdheden gaan dus niet zelf op pad voor hun familiegeschiedenis. Aan het eind van de uitzending ook nu de vraag ‘wat betekent het voor jou persoonlijk dat je dit van je familiegeschiedenis weet?’
De meeste hoofdpersonen zagen hoe hun familiegeschiedenis eeuwen terug ging op het Amerikaanse continent. Zo niet cellist Yo-Yo Ma. Zijn vader vertrok uit China naar Frankrijk en later (met vrouw en Yo-Yo) naar de Verenigde Staten. Vader vertelde Yo-Yo niet zoveel over zijn afkomst. Faces of America ging naar China en vond daar verre familieleden en zijn genealogie, bewaard door een achterneef. Die verborg het manuscript ten tijde van Culturele Revolutie. Hij metselde het in de muur van het familiehuis. De vader van Yo-Yo stond er nog in vermeld. De genealogie was rond 1700 begonnen door een lid van de Ma-clan. Die noteerde daarbij de generaties die hem voorgingen, teruggaand tot het midden van de vijftiende eeuw.
Het handschrift bevatte nog iets opmerkelijks. De cellist wist wel dat hij naast de clannaam ´Ma´ de naam ´Yo´ als ‘generatienaam’ heeft, net als de generatiegenoten van zijn familie. Verrassend was dat de generatienamen als een programma voor de toekomst opgenomen zijn in de genealogie, dus ook ‘Yo’ en ‘de namen van de komende dertig generaties’ (aldus Henry Louis Gates). Fascinerend. Deze verrassing raakte Yo-Yo zichtbaar: emotie-televisie. Een Amerikaanse internet columnist spreekt, met de VS-versie van WDYTYA ook nog op komst (vanaf 5 maart), over ‘roots-tv’ als de nieuwe tak van ‘reality tv’. En op 8 maart is een aantal hoofdrolspelers van beide programma´s bij Oprah te gast.

Voor WDYTYA Live is zondag de rustige dag. Een enkele verenigings-stand was al verlaten. Niet elke vereniging heeft de vrijwilligers en middelen om een stand gedurende drie dagen bezet houden. Voordeel van die relatieve rust is dat het rond de stands niet zo druk is. Standhouders hebben meer tijd voor je, drukken een folder in je hand en proberen je soms ook naar binnen te loodsen.
Nu ik gisteren - onvoorbereid - bij de National Archives wat onderzoek naar een Engelse voorouder van mijn zwager deed, trok ik hier ook maar de stoute schoenen aan en meldde me voor een ´ask the experts´ sessie. Er was nog geen rij van wachtenden dus een begeleidster bracht me bij een van de tafels, naar een expert die in Essex thuis is. De uitkomst was dezelfde als na mijn zoektocht gisteren: niets te vinden op internet. Ook nu de suggestie te zoeken in de DTB-films van de St.-Nicholas parochie van Harwich bij de Society of Genealogists. Leuk om zo´n sessie mee te maken, en prima geholpen!


Vervolgens nog een workshop gepakt van Paul Gorry (National Archives of Ireland) over ontwikkelingen op het gebied van de internetgenealogie in zijn land. Ook daar komt veel digitaal beschikbaar. Hij demonstreerde onder andere www.irishgenealogy.ie, een portal die vorig jaar opnieuw gelanceerd werd en die snel groeit (met gratis databases en images). Van Ierland maakte ik de overstap naar Schotland. Even bijpraten met Bruce Durie. Hij heeft bij de University of Strathclyde (Glasgow) een drietraps opleiding ´Genealogical studies´ opgezet, waarbij de laatste recht geeft op de masterdegree (MSc)  Ik viel met mijn neus in de boter …. de whisky (in Schotland zonder e). Hij schonk net voor zijn bezoekers zijn eigen ´Durie whisky´ (Rossend Castle), aangelengd met wat water. Na de verbroedering volgde een goed gesprek.


Tenslotte pikte ik nog een paar lezingen mee van de ´Conference´. Om op zondag wat meer bezoekers te trekken heeft men een ´conference´ bedacht met drie lezingen in het WDYTYA theater door bekende sprekers. Wie ingeschreven heeft voor de conference (en extra betaald) mag ook gebruik maken van de ´netwerkruimte´. De lezingen waren uitverkocht, de netwerkruimte zo goed als leeg. Peter Christian, auteur van een boek over dit onderwerp, hield een lezing over de (nabije) toekomst van internetgenealogie. Lastig voor de Engelse genealoog is het overzicht te houden wat op welke (al dan niet commerciële) site beschikbaar is. Hij voorziet wat de commerciële aanbieders betreft nieuwe overnames en samengaan van bedrijven. Ook ‘cross licensing’ zal zich verder ontwikkelen. Hierbij gebruiken commerciële partijen bijvoorbeeld elkaars indices. Zo hoeven zij niet allebei dezelfde bronnen te indiceren. Ook Familysearch van de Mormonen gebruikt indices van commerciëlen (bijv. Findmypast). Beide partijen doen hier hun voordeel mee.      

Halverwege de middag pakte ik mijn biezen en wandelde naar het Olympia metro station, op weg naar vliegveld Heathrow.  De metro zat vol met WDYTYA-gangers. Tegenover me kwam een jonge vrouw met haar moeder zitten. Ze waren bij een van de presentaties van een ‘celebrity’ geweest in het WDYTYA theater. De dochter mopperde tegen haar moeder dat die beroemdheden wel erg veel aandacht krijgen. De BBC zoekt het familieverleden gratis uit en de celebrity krijgt er nog een mooie familievideo bij ook. Ze klaagde niet alleen, maar gaf ook het alternatief: laat zien hoe een man of vrouw ‘from the street’ afstamt van een beroemdheid. Een Engelse variant van het Nederlandse Verre Verwanten doemde voor me op.

De BBC heeft de series 9 en 10 in voorbereiding. Wij staan aan de vooravond van de eerste Nederlandse WDYTYA. Ik kijk er naar uit. De eerste programma’s met Nederlandse celebreties – waarvoor het Centraal Bureau voor Genealogie vooronderzoek deed - zijn opgenomen en het materiaal is veelbelovend. Zal het programma bij ons ook zo’n stimulerend effect hebben op de belangstelling voor familiegeschiedenis? En komt er vervolgens ook een ‘Gezichten van Nederland’ of ‘Koppen van Nederland’ naar de formule van Faces of America? Ook deze titel laat zich niet gemakkelijk vertalen.

zaterdag 27 februari 2010

Dag twee WDYTYA Live en bezoek National Archives

Voor mijn tweede dag WDYTYA Live stond eerst een bezoek aan de National Archives op het programma. Dat staat al langer op mijn verlanglijstje, maar vandaag kwam het er van. Ik was vooral nieuwsgierig naar de publieksvoorzieningen van dit archief.  Ze hebben wat dat betreft een goede naam.

Het was twintig minuten met de metro vanaf mijn logeeradres bij Earls Court naar Kew Gardens. De ov-chip is de afgelopen jaren uitgerold in Londen en omgeving en dat heeft het gemak bij het reizen wel vergroot. Gewoon een 'oyster card' kopen en daar een tegoed op zetten. Vanaf Kew Gardens is het maar vijf minuten lopen naar het archief en de wandelroute is aangegeven door borden. De National Archives  zijn gevestigd in een modern gebouwencomplex  met een grote waterpartij ervoor.
 

In de ruime hal werd ik verwelkomd door een aardige receptionist die me doorverwees naar de leeszaal op de eerste verdieping. Op de begane grond zijn verder nog het restaurant (prima cappuccino en brownies), een 'museum' (te vergelijken met De Verdieping in het KB-NA complex in Den Haag, met topstukken), een boekwinkel en een internetcafé.  

Voor de nieuwkomers is er elke morgen een introductiebijenkomst 'New to Kew'. In afwachting van het begin daarvan liep ik even wat rond en voelde me als een kat in een vreemd pakhuis, een groot pakhuis. Goed om weer eens te ervaren hoe het is als bezoeker een archief binnen te komen waar je het bronnenmateriaal niet kent en de weg niet weet.
De National Archives hebben één open studiezaal waar je zonder registratie naar binnen kunt (wel door een beveilingspoortje) en twee studiezalen - voor het inzien van originele documenten - waar je alleen met een bezoekerspas naar binnen mag. Die pas wordt ter plekke voor je aangemaakt op vertoon van een identiteitsbewijs en een document waaruit je woonadres blijkt. Er zit ook een chipknip op waarmee je kopieën en prints betaalt. Erg handig.


Tijdens New at Kew kreeg ik met nog twintig ander 'newbies' eerst de huisregels te horen en daarna uitleg over de inrichting en onderzoekmogelijkheden. Daarna was ik wat vertrouwder met de onderzoekomgeving. In de open open studiezaal kom je eerst in de 'learning zone', met een aantal computers, naslagwerken en folders en een medewerker die je wegwijs maakt.Daarna is er een vrije zone met zo'n 150 computers en 50 microfiche- en microfilmleesapparaten, fiches, films, inventarissen en ander toegangen en kopieerapparaten en printers. Daar zag ik vier medewerkers ter ondersteuning van de bezoekers. Een deel van de open studiezaal is ingericht als 'stiltezone', met ook weer enkele tientallen computers. Daarachter bevindt zich een bibliotheek in open opstelling. Je mag dus zelf tussen de stellingen om een boek te pakken. Dat verklaart ook de beveiligingspoortjes bij de ingang en de beveiligingscamera's.
Het grote aantal computers geeft al aan dat zowel digitale toegangen als digitale bronnen een belangrijke plaats in het onderzoek innemen. Toen ik terug kwam van de introductie waren veel van de computers bezet. Ik schat dat er tegen de middag zo'n 120 onderzoekers aan het werk waren.
De onderzoeker wordt voor een belangrijk deel ook digitaal de weg gewezen bij zijn onderzoek: het informatiesysteem van de studiezaal is een soort schil over allerlei informatie in en buiten de National Archives. Via dit systeem kom je ook terecht op de sites van commerciële aanbieders van informatie als Ancestry en Findmypast. Niet alleen de indices maar ook de digitale bronnen zelf - waar je thuis voor betaalt - krijg je te zien.Voor allerlei onderzoekvragen zijn zoekwijzers beschikbaar. Die zijn heel compact en stapsgewijs ingericht, zonder overbodige ballast, vaak niet meer dan één kantje van een A5. Heel instructief.

Aan de hand van een van de voorouders van mijn zwager, die in 1814 in Harwich geboren moet zijn, probeerde ik het zoeken naar personen uit. Ik vond geen gegevens van hem en zijn verwanten, maar kreeg wel een indruk van de mogelijkheden. Als ik bij een volgende gelegenheid een bezoek breng aan de bibliotheek van de Society of Genealogists (staan ook op mijn lijstje) zal ik daar de DTB van Harwich op microfiche kunnen bekijken.

In de loop van de middag was ik weer in Olympia National Hall voor WDYTYA Live. DE National Archives zijn daar dit jaar overigens niet vertegenwoordigd, volgens een medewerkster in verband met de kosten. Ik concentreerde me vooral op boekhandels, uitgevers en aanbieders van cursussen. Het aantal uitgaven op het gebied van familiegeschiedenis is enorm, met boeken voor regionaal en lokaal onderzoek, onderzoek in bepaalde bronnen of naar beroepsgroepen. Er zijn op de Britse markt inmiddels vijf genealogische magazines, waaronder een van de National Archives ('Ancestors') en een van de BBC ('WDYTYA Magazine'). Een zesde tijdschrift is onderweg, met een redactie rond de dankzij WDYTYA bekend geworden genealoog Nick Barratt: 'Your Family History; Genealogical Advice from the Experts'. Een van de uitgevers maakte me wel duidelijk dat het erg dringen wordt op de markt en dat het de vraag is of ze de komende jaren alle zes zullen overleven.

Op het gebied van opleidingen en cursussen was het aanbod nog weer groter dan vorig jaar, van de korte online cursussen van Pharos Tutors tot en met de opleiding Genealogical Studies van de University of Strathclyde.
De foldertas begint na twee dagen WDYTYA Live al aardig gevuld te raken.

Openingsdag Who Do You Think You Are Live 2010

Het populaire BBC-programma Who Do You Think You Are (WDYTYA) leent zijn naam aan een jaarlijkse beurs die in de Olympia Hall in Londen wordt gehouden. Dit jaar is het de vierde keer (van 26 – 28 februari). WDYTYA Live is een omvangrijke beurs, met een groot aantal deelnemers, die samen een terrein bestrijken dat veel breder is dan familiegeschiedenis alleen. Het krioelt er drie dagen lang van de genealogen tussen de circa 200 stands.



Familiegeschiedenis is – net als lokale en regionale geschiedenis – erg populair in Groot-Brittannië.   Dat verklaart voor een deel de levensvatbaarheid van WDYTYA Live. Maar belangrijker nog is de bijdrage die commerciële partijen leveren aan de exploitatie en sponsoring van de beurs. Bedrijven als Ancestry, Find My Past en The Genealogist hebben grote ‘kramen’ en nemen daarmee veel betaalde vierkante meters voor hun rekening. Daarnaast ondersteunen ze workshops en lezingen. Ook Family Search van de Mormonen heeft een grote stand, waar je direct bij binnenkomst tegenaan loopt.  De grotere kramen met veel commerciële deelnemers vullen twee derde van de ruimte. Op de plattegrond en in de ‘showguide’  hebben zij de kleur blauw. Er zijn uitgevers van genealogische boeken en tijdschriften,  professionele onderzoeksbureau’s, genealogische websites en computerprogramma’s, maar ook Times Archive (Times digitaal), archieven, musea, en andere instellingen. Eén derde van de ruimte vormt de SOG Family History Show. De Society of Genealogists (SOG) heeft in de Engelse genealogie een rol die te vergelijken is met het Centraal Bureau voor Genealogie in Nederland. De ruimte SOG Family History Show bestaat uit tafels die vooral genealogische verenigingen gebruiken.

De vrijdagmiddag gebruikte ik vooral voor een kennismaking met WDYTYA Live 2010. Opvallend was dat een groot aantal deelnemers op dezelfde plek stond als vorig jaar. Find My Past had een minder prominente plek, maar vorig jaar hadden ze dan ook de primeur van de Engelse volkstelling van 1911.

De organisatie probeert dit jaar nieuwe dingen uit. Zo heeft Ancestry een speciale stand waar genealogen hun meegebrachte documenten kunnen laten scannen. Ze krijgen het resultaat mee op een 2Gb stick. Nieuw is ook de  ́Photography Gallery' op de eerste verdieping, met bedrijven die foto's kunnen beoordelen, dateren, printen, bewerken, retoucheren, etc. Voor de retoucheer service stond een rij genealogen op zijn beurt te wachten. Ze leverden gehavende foto's in die ze – met het origineel -  digitaal gerestaureerd terugkregen. Op de eerste verdieping waren er ook de vertrouwde omheinde ruimte van  ́meet the expert ́, waar je een kwartier met een specialist over een onderzoeksvraag kunt praten en het 'Military memorabilia checkpoint' waar je met vragen terecht kunt over voorouders die in militaire dienst waren (inclusief uniforms, onderscheidingen etc.). Militaire geschiedenis was ruimer vertegenwoordigd: van musea tot en met een reisbureau dat reizen Flanders Fields, naar de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog organiseert. De beide wereldoorlogen leven sterk in de familiegeschiedenis en dat is niet verwonderlijk gezien de rol van de Britse militairen, de gesneuvelden, de verhalen van de militairen die het overleefden.


Van de workshops volgde ik een interessante van Michael Hammer over de ontwikkelingen op het terrein van de DNA-genealogie. Het duizelde me na een half uur van de wetenschappelijke afkortingen, het DNA-jargon. Maar bijzonder was een DNA-kaart van Europa als resultaat van een onderzoek dat dit jaar werd gepubliceerd. Van verschillende onderzoeken werden de personen geselecteerd waarvan alle grootouders in het moederland woonden. Dat leverde DNA-clusters op die samen de kaart van Europa vormen.

In mijn oriëntatierondje deed ik een aantal stands van archieven en verenigingen aan. Dat levert altijd weer inspiratie op. Andere stands waar ik wat langer stil stond waren onder andere die van Ancestral Atlas en Bookbite. Ancestral Atlas is een betaalde webservice die allerlei levensfeiten van je voorouders in kaart brengt, gebruik makend van Google Maps, gecombineerd met historische kaarten. Bookbite is een gesubsidieerd initiatief dat lezen en schrijven stimuleert. Het heeft nu een wedstrijd ́My story' in het leven geroepen, waar je een stukje autobiografie kunt insturen. Het mikt op de leeftijdgroep 60+ en probeert ze en passant ook voor de computer te winnen.

Voor ik het wist was de middag al weer om en verliet ik met de bezoekers Olympia National Hall.